Изучаем нидерландский язык с нуля!
Урок 16

Уроки с 9-го и далее будут доработаны в будущем. Ключей и исправлений пока нет.

Thema: Sport, ontspanning. Перевод

Voorbeelden:

Aan welke sport doet u? – Каким спортом вы занимаетесь? Willen wij een spelletje schaak doen (een partijtje tennis spelen)? – Не сыграть ли нам партию в шахматы (в теннис)? Wat was de uitslag van de laatste match tussen Ajax en ...? – Каков результат последнего матча между Аяксом и ...? Welke ploeg (welk team) heeft de eerste (tweede) plaats ingenomen bij de laatste wedstrijd in ...? – Какая команда заняла первое (второе) место в последних соревнованиях по ...? Wat voor vakantieplannen hebt u dit jaar? – Какие у вас планы на отдых в этом году? Waar gaan jullie gewoonlijk heen? – Куда вы обычно ездите? Wij gaan naar de zee (maken een autotocht...) – Мы ездим на море (уезжаем на машине...) Wanneer vertrekken jullie (vertrekt u)? – Когда вы уезжаете? Hoe lang denkt u dit jaar weg te blijven? – На сколько вы уезжаете в этом году?

Grammatica:

Причастия настоящего и прошедшего времени. Придаточные следствия. Придаточные ограничительные. Инфинитивная конструкция na + te + инфинитив.

AAN SPORT DOEN

Anton: Aan welke sport wordt tegenwoordig het meest gedaan in uw land?
Mr. De Wit: In de zomer is er natuurlijk de watersport. Men vindt bijna overal gelegenheid om te zwemmen, roeien of zeilen.
A.: Wordt er ook veel aan wintersport gedaan?
Mr.d.W.: Er wordt ’s winters veel geschaatst. Sommigen gaan naar het buitenland, naar Oostenrijk of Zwitserland, om te skiën.
A.: Doet u ook aan sport?
Mr.d.W.: Ja zeker, maar niet geregeld. Er wordt bij ons vrij veel getennist. Als ik met vakantie ga, vind ik altijd gelegenheid om een partijtje te spelen. Maar schaken kan men in welk seizoen dan ook. Ik vind dat een goede ontspanning. Zullen we een spelletje schaak doen?
A.: Ja, graag. Ik weet uit kranten dat in uw land toch het meest gevoetbald wordt. Trouwens1, wat is de uitslag van de laatste wedstrijd tussen Ajax en Feyenoord?
Mr.d.W.: Ajax won met 2:1. U hoeft niet verwonderd te zijn. Ajax is landskampioen voetbal.
A.: Voor zover ik weet wordt volgend jaar in uw stad de internationale roeiwedstrijd gehouden. Volgens de kranten worden veel sporters en supporters in de stad verwacht zodat men elkaar op het stadion of aan een roeibaan2 kan ontmoeten. Welke ploeg heeft bij de laatste wedstrijd de eerste plaats behaald?
Mr.d.W.: De eerste plaats behaalde de Nederlandse ploeg, op de tweede plaats stond het Franse team.

AAN HET WATER

Het is niet verwonderlijk dat Nederland, een laag gelegen land dat voor een groot deel onder de zeespiegel ligt, voor de watersportliefhebber een paradijs3 is als misschien nergens anders ter wereld.

Er zijn meer dan honderd meren die onderling door rivieren en kanalen verbonden zijn. Een enig landschap! De steden en dorpen die direct aan of bij het water liggen zijn meestal op toeristen ingesteld.

Men hoeft geen eigen boot te hebben of lid te zijn van een vereniging om te kunnen zeilen. Mogelijkheden zijn er genoeg, makkelijker kan het niet.

Aan een van de vele zeilscholen krijgt men van een instructeur in kleine groepjes praktisch onderwijs op een boot. Overdag is men op het water.

’s Middags wordt ergens in een gezellige haven aangelegd voor heerlijke poffertjes4 of pannekoeken5. ’s Avonds worden de zeilen gestreken6. Gewoonlijk is men zo moe van de buitenlucht dat men na een gezelschapsspelletje7, een partijtje monopoly of scrabble8 vroeg het bed induikt, om ’s morgens weer helemaal uitgerust op het appel aanwezig te kunnen zijn9.

Het is de moeite waard om de bekende schilderachtige plaatsjes te bezoeken, de gemeente Giethoorn om een voorbeeld te noemen, waar al het vervoer nog per boot plaatsvindt. In dit verband is ook vaak hun rijke geschiedenis heel interessant.

Verder wordt er veel aan zwemmen, roeien, kanoën, motorboot varen en sportvissen gedaan. Dit laatste is een volkssport. Gedurende het visseizoen kan men in openbaar water, zowel in plassen als in de zee, vanaf een pier10 of vanaf een schip, gaan vissen. U kunt er uiteraard het beste over oordelen als u zelf een vakantie op het water doorbrengt.

VAKANTIEPLANNEN

Mr. De Wit: Wat voor vakantieplannen hebben jullie dit jaar?
Mr. Van den Berg: We hebben eigenlijk nog niets besloten. We zouden graag een autotocht maken met de kinderen, we kunnen ze niet alleen laten. Wat zijn jullie van plan?
M.d.W.: We gaan naar de zee.
M.v.d.B.: Waar gaan jullie gewoonlijk heen?
M.d.W.: We gaan elk jaar naar een andere badplaats om wat afwisseling te hebben. Maar voor de kinderen maakt het weinig verschil: de hoofdzaak is dat ze een mooi zandstrand hebben waar ze met zand kunnen spelen en zandkastelen kunnen bouwen. Mijn vrouw ligt graag aan het strand om te zonnebaden, ik zwem veel en vaak zijn we met z’n vieren11 aan het potjebaden12.
M.v.d.B.: Laten we hopen dat het weer goed blijft.
M.d.W.: Inderdaad. U weet hoe wisselvallig het weer bij ons is. De zonnige dagen zijn soms op een hand te tellen 13. Men moet altijd rekening houden met een regenbui14. Maar na plotseling verdwenen te zijn verschijnt de zon een ogenblik later opnieuw.
M.v.d.B.: Voor zover ik weet wordt dit jaar een droge en zonnige zomer verwacht. Logeren jullie meestal in een hotel of in een pension15?
M.d.W.: Vorig jaar in een hotel, maar voor dit jaar hebben we een gemeubileerd huis gehuurd.
M.v.d.B.: Hoe lang denken jullie dit jaar weg te blijven?
M.d.W.: Ik denk een week of vijf.
M.v.d.B.: Wanneer vertrekken jullie?
M.d.W.: Komende maandag gaan we allemaal weg. Mijn vrouw is al aan het pakken.

Aantekeningen bij de tekst

  1. trouwens – кстати
  2. aan een roeibaan – у гребного канала
  3. dat is een paradijs voor ... – это рай для ...
  4. poffertjes – пончики
  5. pannekoeken – блины с начинкой
  6. de zeilen omlaaghalen – спускать паруса
  7. een gezelschapsspelletje – игра (настольная)
  8. een partijtje monopoly [mɔ'nɔpɔli] of scrabble [skræbl] – партия игры в монополию или партия игры в скрэбл (игра типа кроссворда или лото)
  9. op het appel aanwezig zijn – собраться вовремя
  10. de pier – пирс
  11. met z’n vieren (drieën, tweeën) – вчетвером (втроем, вдвоем)
  12. aan het potjebaden zijn – ходить (по щиколотку) в воде
  13. iets op de vingers natellen – пересчитать что-л. по пальцам
  14. de regenbui, -en – дождь, ливень
  15. het pension [pã'sjɔ̃] – пансион (сдача в наем комнат с питанием)

UITSPRAAKOEFENINGEN

1. Spreek uit:

-isch [i·s]

typisch – ['tipi·s] – typische mensen, dat is typisch Nederlands, praktisch – praktische oefeningen, electrisch – electrische apparaten, fantastisch – fantastische verhalen, theoretisch – theoretische vakken, Belgisch – Belgische auto’s

-ng [ŋ]

ontspanning – ontspanningen, vereniging – verenigingen, afwisseling – afwisselingen, uitrusting – uitrustingen, ontwikkeling – ontwikkelingen, onderling

-tje [tjə]

partijtje, spelletje, gezelschapsspelletje, poffertjes, potjebaden

-tsje [tsjə]

plaatsje

2. Let op de uitspraak:

seizoen [sɛi'zun], match [mæʧ], team [ti·m], supporter [sʌ'po·rtər], monopoly [mɔ'nɔpɔli], scrabble [skræbl], pension [pã'sjɔ̃]

3. Let op de intonatie (dalend):

1.


Wat voor vakantieplannen


{

hebben jullie dit jaar?
hebben ze dit jaar?
heb je dit jaar?
hebt U dit jaar?

2.

Waar gaan jullie
Waar gaan ze
Waar gaat u


}


gewoonlijk heen?

3.


Ik denk


{

een week of vijf
een dag of zeven
een kilometer of tien
een gulden of twaalf

Woorden en uitdrukkingen

'aanleggen (d) причаливать, приставать к берегу
aanwezig zijn op присутствовать на
de afwisseling разнообразие; ter afwisseling для разнообразия
de autotocht, -en поездка на машине; de autotocht maken совершить поездку на машине
de badplaats, -en курортное место
bruin коричневый; bruin worden загорать
behalen (d) достичь, завоевать, выиграть
doorbrengen (bracht door, doorgebracht) проводить; vakantie doorbrengen проводить отпуск
enig зд.: уникальный, необыкновенный; een enig landschap! необыкновенный ландшафт
het elftal, -len (in voetbal) футбольная команда
de gelegenheid, -heden возможность, подходящий случай; gelegenheid vinden voor найти возможность для
de gemeente, -n муниципалитет, община
geregeld регулярно
huren (d) снимать, брать внаем; het huis is te huur сдается дом
ingesteld zijn op ... специализироваться на ...
internationaal международный
het kanaal, kanalen канал
de kampioen, -en чемпион; de landskampioen чемпион страны
het landschap, -pen ландшафт
het lid, leden член организации (партии)
het meer, meren озеро
meubileren (d) меблировать; het gemeubileerd huis меблированный дом
de mogelijkheid, -heden возможность
de motorboot, -boten моторная лодка; motorboot varen ездить на моторной лодке
onderling между собой
het onderwijs обучение
onderwizen обучать, давать уроки
ontmoeten (t) встретить
de ontspanning отдых, разрядка
oordelen (d) over судить о чем-л.
openbaar общественный, государственный, открытый
overdag днем, в течение дня
plaatsvinden (vond plaats, plaatsgevonden) состояться, иметь место
de plas, -sen (небольшое) озеро
de ploeg, -en команда (спортивная) syn. het team
de rekening: rekening houden met считаться c
de rivier, -en река
schaken (t) играть в шахматы; Willen wij een spelletje schaak doen? Не сыграть ли нам партию в шахматы?
schilderachtig живописный
de sport спорт; aan welke sport doet u? каким видом спорта вы занимаетесь?
de sportsman, -lui спортсмен; de sportbeoefenaar, -s; de sportbeoefenaarster спортсменка
de sportsoorten виды спорта; ’s zomers летние виды: kanoën гребля на каное; roeien гребля; de watersport водный спорт; zeilen парусный спорт; ’s winters зимние виды: skiën [ski·jən of ʃi·jən] бег на лыжах; schaatsen бег на коньках
de sportspelen спортивные игры; basketbal баскетбол; hockey [hoki] хоккей; voetbal футбол; volleybal волейбол
sportief спортивный
de sportliefhebber, -s любитель спорта, болельщик; syn. de supporter, -s
het sportvissen спортивная ловля рыбы
het stadion, -s стадион
het strand пляж; aan het strand на пляже
tennissen (t) играть в теннис; Wilt u een partijtje tennis spelen? Не сыграть ли нам партию в теннис?
'uitrusten (t) отдыхать; uitgerust zijn быть отдохнувшим
de uitslag, -en результат; Wat is de uitslag van de match tussen ... Каков результат матча между ...
verbinden (verbond, verbonden) связывать, соединять
het verband связь; in dit verband в этой связи
verdwijnen (verdween, verdwenen) (z) исчезать
de vereniging, -en организация
het verkeer движение, сообщение
verliezen (verloor, verloren) терять, проигрывать
verschijnen (verscheen, verschenen) (z) появляться
het verschil, -len разница, различие; dat maakt mij weinig verschil мне все равно, безразлично
verwachten (t) ожидать
verwonderen (d) удивлять
verwonderlijk удивительно
de wedstrijd, -en соревнование, состязание; een wedstrijd houden проводить соревнование; een wedstrijd in roeien, zwemmen состязание по гребле, плаванию
de wereld мир (земной шар); ter wereld в целом мире
winnen (won, gewonnen) выигрывать, побеждать; Ajax won met 2:1 van Feyenoord Аякс выиграл у Фейноорд со счетом 2:1
wisselvallig переменчивый
het zand, -en песок
de zeespiegel, -s уровень моря
onder (boven) de zeespiegel liggen быть расположенным ниже (над) уровнем моря
het zeil, -en парус
zeilen заниматься парусным спортом
de zon, -nen солнце
zonnebaden (d) загорать

Грамматические пояснения к тексту

Причастия

1. Причастия (onvoltooid en voltooid deelwoord)

Причастие настоящего времени (onvoltooid deelwoord) образуется путем присоединения к основе глагола суффикса -(e)nd: komen – komend, volgen – volgend.

Выступая в функции определения, неперфектное причастие принимает окончания как прилагательное: de (een)lopende sprinter, het winnende elftal (но: een winnend elftal).

Komende maandag gaan we allemaal weg. Voor (zover) ik weet wordt volgend jaar in uw stad de internationale wedstrijd in roeien gehouden.

Неперфектное причастие выражает длительное незавершенное действие или состояние и переводится на русский язык причастием несовершенного вида – на -щий, напр.:

Komende maandag gaan wij allemaal weg. – В следующий понедельник мы все уезжаем.

Сочетания неперфектного причастия с глаголом zijn выражают длительность пребывания в определенном состоянии, напр.:

Het water is stijgende.
De conferentie is gaande.

Вода поднимается.
Конференция продолжает свою работу.

Причастие прошедшего времени (voltooid deelwoord) также выступает в функции определения. Перфектное причастие от переходных глаголов выражает завершенное действие и переводится на русский язык причастием совершенного вида прошедшего времени страдательного залога на -ный, напр.:

Voor dit jaar hebben wij een gemeubileerd huis gehuurd. – В этом году мы сняли меблированный дом.

В функции определения перфектное причастие от слабых глаголов принимает те же окончания, что и прилагательные, напр.:

het lang verwachte bezoek
een onverwacht bezoek

Запомните: перфектное причастие от сильных глаголов, выступая в функции определения, никакого окончания не принимает, напр.:

De aan de zee gelegen stad.

2. Придаточные следственные обозначают результат действия, выраженного главным предложением, и вводятся союзом zodat и местоименными наречиями waardoor, waarom и т. д., напр.:

Volgens de kranten worden veel sporters en supporters naar de stad verwacht, zodat men elkaar op het stadion of bij een roeibaan kan ontmoeten.

3. Придаточные ограничительные (bijzinnen van beperking) обозначают границы распространения действия, выраженного главным предложением, и вводятся союзами voor zover, behalve dat, uitgezonderd dat, напр.:

Voor zover ik weet, wordt dit jaar een droge en zonnige zomer verwacht.

4. Инфинитивный оборот c na ... + te + перфектный инфинитив употребляется в функции обстоятельства времени и переводится на русский язык деепричастием соответствующего глагола:

Na plotseling verdwenen te zijn verschijnt de zon een ogenblik later opnieuw. – Неожиданно исчезнув, солнце, спустя мгновение, появляется вновь.

Oefeningen

1. Vul in volgens het voorbeeld.

Voorbeeld: Mr. De Wit vertrekt maandag met vakantie. (komen)

  1. Tot mijn spijt vond ik geen gelegenheid over deze plannen te kunnen spreken. (passen)
  2. Jan had een opgave, daarom kon hij niet aan de wedstrijd deelnemen. (dringen)
  3. Jan kon geen jasje voor zijn broertje uitzoeken. (passen)
  4. jaar zal hij aan zijn studie beginnen. (volgen)

Key

2. Vul in, let op de functie van het deelwoord vormoeiend in de zin:

  1. Dat was een dag.
  2. De film was heel mooi, maar .
  3. Dat was een reis.
  4. Voor me was het een werk.

Key

3. Vul in. Gebruik de passende deelwoorden:

opvallend, schitterend, vervelend, uitstekend, indrukwekkend
  1. We kwamen aan een rivier. Voor ons lag een landschap!
  2. We vonden dat de wedstrijd met een uitslag eindigde.
  3. We waren door het stuk erg teleurgesteld.
  4. Op het midden van het plein stond een standbeeld voor de stichter van de stad.
  5. Het publiek genoot van opnamen.
  6. Er wordt veel over zijn gedrag gesproken.

Key

4. Maak volgens het voorbeeld.

Voorbeeld: U hebt toch gisteren uw vakantieplannen besproken. (wijzigen) – De besproken vakantieplannen moeten gewijzigd worden.

  1. U hebt toch gisteren al de koffers gepakt. (uitpakken)
  2. U heeft toch het huis al gemeubileerd. (verhuren)
  3. De stad is aan de zee gelegen. (herbouwen)
  4. Deze schrijver heeft een schitterende roman geschreven. (met een prijs bekronen)
  5. Deze bekende filmer heeft een indrukwekkende film gemaakt. (in alle bioscopen vertonen)

Key

5. Vul nodige deelwoorden in. Gebruik erbij de passende werkwoorden:

verliezen, bouwen, winnen, bruin worden, verdwijnen, kopen, huren, liggen
  1. Het kort geleden stadion is het grootste in de stad.
  2. We zijn met onze vorig jaar auto erg tevreden.
  3. Ons elftal was blij met het spel. (met de match).
  4. De schaakspeler was door de partij erg teleurgesteld.
  5. We waren alle op zoek naar de zwempakken.
  6. Het huis bleek gezellig te zijn.
  7. De aan de zee stad had een grote haven.
  8. Hij herkende zijn kinderen bijna niet.

Key

6. Vertaal in het Nederlands:

  1. Когда начнутся соревнования по плаванию? Они будут проводиться в следующий вторник.
  2. В следующем году соревнования по гребле будут проведены в вашей стране.
  3. Прибывшая в нашу страну спортивная делегация остановилась в гостинице недалеко oт вновь построенного стадиона.
  4. Соревнования по парусному спорту будут проходить в расположенном на море городе.
  5. Обсужденная программа была выполнена.

Key

7. Maak volgens het voorbeeld.

Voorbeeld: Er worden volgend jaar veel sportbeoefenaars en supporters naar de stad verwacht. Men kan elkaar op een stadion of aan een roeibaan ontmoeten. – Er worden volgend jaar veel sportbeoefenaars en sportliefhebbers naar de stad verwacht, zodat men elkaar op een stadion of aan een roeibaan kan ontmoeten.

  1. Er waren veel sportliefhebbers op het stadion. We konden de match nauwelijks volgen.
  2. We vonden een mooi en zandig strand. We konden ongestoord in de zon liggen.
  3. We waren doodmoe van de buitenlucht. We doken onmiddelijk onze bedden in.
  4. Het regende sterk. Er werd besloten de roeiwedstrijd op een andere dag te houden.

Key

8. Verbind de twee zinnen door middel van het voegwoord voor zover. Let op de woordvolgorde in de bijzin.

Voorbeeld: Ik weet. Dit jaar wordt een droge en zonnige zomer verwacht. – Voor zover ik weet, wordt dit jaar een droge en zonnige zomer verwacht.

  1. We hebben gehoord. De wedstrijd in zeilen wordt in Tallinn gehouden.
  2. Ik ken hem. Hij doet aan sport.
  3. We weten. Dit elftal heeft met 0-2 verloren.
  4. Hij weet. Er wordt over de uitslag van de match nog niets bekend gemaakt.

Key

9. Hoe zeg je in het Nederlands:

  1. Насколько мне известно, наша команда завоевала первое место.
  2. Шел сильный дождь, так что матч был проведен в другой день.
  3. Насколько я слышал, вы участвуете в соревнованиях.

Key

10. Vertaal in het Russisch:

  1. Na alle bijzonderheden van het programma van het verblijf besproken te hebben gingen de sportlui naar de bar.
  2. Na lang gewacht te hebben gingen we naar huis.
  3. Na lang en lekker geslapen te hebben waren we ’s morgens helemaal uitgerust op het appel aanwezig.

Key

11. Verbind de twee zinnen volgens het voorbeeld.

Voorbeeld: De zon is plotseling verdwenen. Een ogenblik later verschijnt de zon opnieuw. – Na plotseling verdwenen te zijn verschijnt de zon een ogenblik later opnieuw.

  1. De voetballers hebben de match verloren. Nu trainen de voetballers hard.
  2. Deze ploeg heeft de tweede plaats ingenomen. De ploeg vertrekt vandaag naar huis.
  3. We hebben de koffers gepakt. We reden met onze auto naar de zee.
  4. We hebben de kaartjes voor de opera van tevoren besteld. We gingen tennissen.

Key

12. Hoe zeg je in het Nederlands:

  1. Получив нашу телеграмму, он отправился на аэродром.
  2. Отправив письмо, он позвонил своим друзьям.
  3. Вернувшись с соревнований по теннису, он начал готовиться к экзаменам.

Key

13. Beantwoord de vragen: Gebruik daarbij constructie aan + het + inf.

Voorbeeld: Mijn vrouw bereidt zich voor het vetrek voor. Wat doet ze? (pakken) – Ze is aan het pakken.

  1. Mijn zoon is in het stadion. Wat doet hij? (voetballen)
  2. Mijn vriend speelt graag schaak. Wat doet hij nu? (schaken)
  3. Het parlement is in de vergaderzaal. Wat doet het? (vergaderen)
  4. Jan is op zijn kamer. Wat doet hij? (lezen)
  5. Zij brengen hun vakantie op het water door. Wat doen ze? (zeilen)

Key

14. Maak volgens het voorbeeld:

De meisjes tennissen de hele middag. – De meisjes zijn de hele middag aan het tennissen.

  1. Ze drinken een kopje koffie.
  2. Ze pakken hun koffers.
  3. De jongen voetbalt de hele namiddag.
  4. Bij zulk weer schaatst iedereen.

Key

15. Maak volgens het voorbeeld:

We blijven ongeveer vijf weken weg. – We blijven een week of vijf weg.

  1. We gaan voor ongeveer vijf weken op reis.
  2. De wedstrijd duurt ongeveer drie dagen.
  3. We komen om ongeveer elf uur thuis.
  4. Zij blijven ongeveer 3 maanden in ons land.
  5. De afstand is ongeveer 5 kilometer.
  6. Het kost ongeveer 8 gulden.
  7. Wij logeren ongeveer twaalf dagen bij familie in Utrecht.
  8. De avondvoorstelling begint om ongeveer 9 uur.

Key

16. Hoe zeg je in het Nederlands:

  1. Спортсмены останутся в этой гостинице дней семь.
  2. Отсюда до этой деревни километров двадцать.
  3. Билет в кинотеатр стоит гульденов (евро??) восемь.
  4. Мы уедем дня на 4 на море.

Key

17. Vertaal volgende zinnen in het Russisch. Druk dezelfde gedachte met andere woorden uit:

1. Men vindt bijna overal gelegenheid voor zwemmen, roeien of zeilen. 2. Men hoeft geen eigen boot te hebben of lid te zijn van een vereniging om te kunnen zeilen. 3. Gewoonlijk is men zo moe van de buitenlucht dat men na een gezelschapsspelletje, een partijtje monopoly of scrabble, vroeg het bed induikt, om ’s morgens weer helemaal uitgerust op het appel aanwezig te kunnen zijn. 4. Verder wordt er veel aan zwemmen, roeien, kanoën, motorboot varen en sportvissen gedaan.

Key

18. Vertaal de zin:

De steden en dorpen die direct aan of bij het water liggen zijn meestal op toeristen ingesteld.

Key

Antwoordt:

Kent u enige steden en dorpen in uw land die meestal op toeristen zijn ingesteld? Noem ze.
Waarom zijn deze steden en dorpen op toeristen ingesteld?

19. Zet op iedere open plaats een woord:

  1. Als ik met ga, vind ik altijd om een partijtje tennis te spelen. Ik vind dat een goede .
  2. Ik weet uit kranten dat voetbal in uw land toch het meest wordt. Wat is de van de laatste match tussen Ajax en Feyenoord?
  3. Dit jaar wordt in uw stad de internationale wedstrijd in zeilen . Volgens de kranten worden veel sporters en supporters naar de stad . Welke ploeg heeft bij de laatste de eerste plaats ?
  4. Nederland dat een laag land is ligt voor een groot deel onder de . De steden en dorpen die direct aan of bij het water zijn meestal op toeristen .
  5. Het is de moeite om de bekende schilderachtige plaatsjes te bezoeken, de gemeente Giethoorn bij voorbeeld, waar al het nog per boot plaatsvindt.
  6. Als je met vakantie gaat, moet je er mee houden dat het weer erg kan zijn.

Key

20. Antwoordt op de vragen:

1. Aan welke sport wordt tegenwoordig het meest gedaan in Nederland? ’s Zomers? ’s Winters? Vergelijkt met uw land. 2. Is watersport typisch voor Nederland? En voor uw land? 3. Wordt er ook veel aan wintersport gedaan? En in uw land? 4. Doet u geregeld aan sport? 5. Welke sport beoefent u? 6. Interesseert u zich voor voetbal? (voor hockey) 7. Wat is de uitslag van de laatste match tussen Spartak en Dynamo? 8. Welk elftal (team) is onze landskampioen dit jaar? 9. Welke internationale wedstrijden worden momenteel in onze stad gehouden? 10. Welke ploegen (uit hoeveel landen) nemen er aan deel? 11. Welke ploeg heeft de eerste plaats ingenomen?

Key

21. Hoe zeg je het in het Nederlands. Schrijf deze zinnen op:

1. Каким спортом вы занимаетесь летом? (зимой). Летом я играю в теннис, и если мы едем отдыхать на море, то плаваю. Зимой я катаюсь на коньках и на лыжах. Не сыграть ли нам партию в шахматы? 2. Каков итог матча между этими командами? Команда Д выиграла у команды С со счетом 4:1. 3. Когда состоятся соревнования по гребле? (велосипедному спорту)? Насколько мне известно, они начинаются в следующий понедельник. 4. Этот город специализируется на туризме. Это живописное место стоит посетить. Движение там осуществляется на лодках.

Key

22. Antwoord op de vragen over de tekst. Gebruik de woorden tussen haakjes:

1. Waarom is Nederland geschikt voor watersport? (onder de zeespiegel liggen; zich verwonderen) 2. Waarom kunnen we over Nederland zeggen: Een enig landschap! (het meer, het kanaal, de rivier, onderling verbinden) 3. Waarop zijn de meeste steden en dorpen ingesteld? 4. Hoe kan men leren zeilen? (onderwijs krijgen op een zeilschool) 5. Welke specialiteiten van de Nederlandse keuken heelt u uil de tekst leren kennen? 6. Is het bezoek aan schilderachtige plaatsjes de moeite waard? 7. Aan welke watersport wordt gedaan? 8. Wat kwam u over sportvissen te weten?

Key

23. Wilt je jouw vakantie graag aan het water doorbrengen? Vertel erover.

Key

24. Antwoord:

1. Wat voor vakantieplannen hebt u dit jaar? 2. Bent u van plan een autotocht te maken of gaat u liever naar de zee? 3. Waar gaan jullie gewoonlijk heen? 4. Is er daar een mooi zandstrand? 5. Wat doen de kinderen op hel strand? 6. Hoe vermaken de volwassenen zich? 7. Waar logeert u gewoonlijk als u met vakantie gaat? 8. Waarmee moet u als u met vakantie gaat altijd rekening houden? (de wisselvalligheid van het weer). 9. Wat voor een zomer wordt dit jaar verwacht?

Key

25. Hoe zeg je het in het Nederlands:

1. Какие у вас (тебя) планы на отдых? 2. Вы едете на море? 3. Куда вы обычно ездите? 4. Этот город специализируется на туризме? 5. Где вы обычно останавливаетесь? 6. Там хороший пляж? 7. Стоит туда поехать? 8. Сколько вы там думаете пробыть? 9. Вы едете втроем (вдвоем, вчетвером)? 10. Когда вы уезжаете?

Key

26. Stel zich voor:

U bent met vakantie. Wal bent u van plan te doen?
Vertel er over.

Key

27. Hoe zeg je het:

1. Vraag uw Nederlandse kennis wat voor sport hij (zij) beoefent. 2. U wilt een partijtje tennis spelen. Hoe zegt u dat tegen uw partner? 3. U wilt een spelletje schaak doen. Wat zegt u? 4. U interesseert zich voor de uitslag van de wedstrijd tussen ... Hoe vraagt u er naar? 5. U interesseert zich voor de uitslag van de internationale wedstrijd in roeien (zwemmen, schaatsen, skiën). 6. U vraagt uw vriend over zijn vakantieplannen. 7. U vraagt uw vriend over de dag van zijn vertrek. 8. U weet niet hoe lang uw vriend wegblijft. Vraag er naar.

Key

28. Vertel over uw indrukken van uw laatste vakantie.