Изучаем нидерландский язык с нуля!
Урок 18

Уроки с 7-го и далее будут доработаны в будущем. Ключей и исправлений пока нет.

География

Thema:

Het land (ligging, bevolking, klimaat, provincies). Перевод

Voorbeelden:

Waar is het land gelegen? – Где расположена страна? Aan welke landen grenst ... ? – C какими странами граничит ... ? – Aan welke grondstoffen is ... rijk? – Какими ископаемыми богата ... ? Hoe is het klimaat? – Каков климат? Hoe groot is de bevolking, hoe hoog is de bevolkingsdichtheid? – Каково население, плотность населения? Hoe groot (hoog, lang, breed) is ... ? – Какова величина (высота, длина, ширина) ... ? Hoeveel provincies telt ... ? – На сколько провинций делится ... ?

Grammatica:

Употребление артикля с географическими названиями Образование существительных от географических названий. Субстантивация числительных.

NEDERLAND – НИДЕРЛАНДЫ

Nederland is gelegen in het westen van Europa aan de kust van de Noordzee bij de uitmondingen van de grote Europese rivieren de Schelde, de Maas en de Rijn en op de eilanden in de Noordzee. De Rijn die in Zwitserland uit het Tomameer ontspringt en in de Noordzee uitmondt, is één der belangrijkste rivieren van Europa en Nederland. In het westen wordt Nederland begrensd door de Noordzee, in het oosten grenst het aan de Bondsrepubliek Duitsland en in het zuiden aan België. De oppervlakte van Nederland bedraagt 41200 km2.1

Hoewel Nederland geheel laagvlakte is, is het landschap toch niet overal hetzelfde. Het zal iedereen opvallen2 dat er niet alleen verschil is tussen Noorden Zuid-Holland maar ook tussen Noord-Holland, Zuid-Holland en Zeeland aan de ene kant en Drente, Overijssel en Gelderland aan de andere kant. In de eerst genoemde provincies is het vrijwel geheel vlak, in de als tweede genoemde is het heuvelachtig. Daar deze heuvels echter niet hoog zijn, alleen op de Veluwe komen er enkele boven 100 meter, worden deze gebieden toch laagvlakte genoemd. Het land ligt voor meer dan de helft beneden de zeespiegel, waardoor veel dijken en pompen nodig zijn om het gebied droog te houden. Vanwege zijn ligging tussen 51° en 54° NB3 aan de Noordzee en de warme Golfstroom4 heeft Nederland een gematigd zeeklimaat waarbij de gemiddelde temperatuur in januari 1,7°C en in juli 17°C bedraagt. Het slaat bekend als een ‘regenachtig’ en ‘winderig’ land.

Op aardgas in het noorden en zout in het oosten van het land na5, is Nederland arm aan delf- en grondstoffen. De meeste grondstoffen en halffabrikaten6 moeten worden geimporteerd.

Nederland is een dichtbevolkt land. Het telt meer dan 14,5 miljoen inwoners (1986)/17 miljoen inwoners (2020). De gemiddelde bevolkingsdichtheid bedraagt ruim 424 inwoners per km2, waarbij er een sterke concentratie van de bevolking in het westen van het land is. De provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht hebben een gemiddelde bevolkingsdichtheid van 907 inwoners per km2. In het noorden van Nederland (Groningen, Friesland en Drente) bedraagt ze daarentegen 181 inwoners per km2.

Nederland telt thans 12 provincies: Groningen met de hoofdstad Groningen, Friesland (Leeuwarden), Drente (Assen), Gelderland (Arnhem), Overijssel (Zwolle), Utrecht (Utrecht), Noord-Holland (Haarlem), Zuid-Holland (’s-Gravenhage/Den Haag), Zeeland (Middelburg), Noord-Brabant (’s-Herlogen-bosch), Limburg (Maastricht) en de jongste provincie Flevoland met de hoofdstad Lelystad. De hoofdstad van Nederland is Amsterdam, terwijl in Den Haag (’s Gravenhagen) de regering gezeteld is7. In de loop der eeuwen hadden de Nederlanders een ingewikkeld systeem8 van dijken, dammen en grachten gebouwd om hun laaggelegen land tegen overstromingen te beschermen en het bewoonbaar te houden. Dit is des te belangrijker omdat 60 % van de bevolking in dat deel van Nederland woont dat lager ligt dan het niveau van de zee en de rivieren. Dc laatste grote aanval die de zee op het land deed9 was in 1953, toen de eilanden in het zuidwestelijke deel van Nederland voor een groot gedeelte werden overstroomd. Deze ramp bespoedigde de ontwikkeling en de uitvoering van het zogenaamde ‘Deltaplan’ tot afsluiting van de zeearmen in het zuidwesten. Daarbij heeft men kunnen putten uit de ervaring die in het begin van de jaren dertig is opgedaan10 bij het afsluiten van de Zuiderzee (Zuiderzeewerken). Er is toen een 30 km lange dijk, dc zogenaamde Afsluitdijk, gelegd tussen Friesland en Noord-Holland. Hierdoor veranderde de Zuiderzee in een binnenzee die Ijsselmeer werd genoemd, waarin men enorme polders ging aanleggen. Daardoor werd binnen de oude Zuiderzee leefruimte geschapen voor enkele honderdduizenden mensen. Niet voor niets is er een oud gezegde11: ‘God schiep de gehele wereld behalve Holland, want dat hebben de Hollanders gedaan’.

Vanouds was Nederland een grote zeemogendheid en een belangrijke handelstaat. Als gevolg van de ligging bij de uitmondingen van de grote Europese rivieren en de zee ontwikkelde zich handel met alle werelddelen: Azië, Amerika en Afrika.

Aantekeningen bij de tekst

  1. km2 lees: vierkante kilometer
  2. opvallen – бросаться в глаза
  3. 51° en 54° NB (lees: eenenvijftig en vierenvijftig graden Noordelijke Breedte) – между 51 и 54 градусами северной широты
  4. de warme Golfstroom – теплое течение Гольфстрим
  5. op aardgas in het noorden en zout in het oosten van het land na – за исключением природного газа на севере и солей на востоке
  6. halffabrikaten – полуфабрикаты
  7. de regering is gezeteld in... – резиденция правительства находится в...
  8. een ingewikkeld systeem – сложная система
  9. De laatste grote aanval die de zee op het land deed... – Последнее большое наступление воды на сушу...
  10. daarbij heeft men kunnen putten uit de ervaring die ... is opgedaan – при этом можно было использовать опыт, накопленный ...
  11. het gezegde – пословица, поговорка

UITSPRAAKOEFENINGEN

1. Spreek uit:

[ɣ] – gelegen, grenst, gunstig, ligging, gemiddeld, gematigd, regelmatig, laaggelegen, gedeelte, gelegd, ging, genoemd, gebied, aardgas, grondstoffen, gevolg, spiegel, lager, tegen, ’s-Gravenhage

2. Lees de woordverbindingen:

is gelegen in het westen, in het oosten grenst het aan, dank zij zijn ligging, ligt beneden de zeespiegel, een gematigd zeeklimaat, hun laaggelegen land tegen de overstroming te beschermen, dat lager ligt dan, als gevolg van de ligging

3. Spreek uit:

[v]

bevolking, uitvoeren, ervaring, veranderen, vrij, heuvel, vanouds, gevolg, rivier, overstromen

[z]

zee, zuiden, Azië, zeeklimaat, zeearm, binnenzee, zeemogendheid

[ʌy]

zuiden, ruim, leefruimte, afsluiting, zuidwesten, uitvoeren, duizend, uitmonden

4. Lees de woordverbindingen:

bij de uitmondingen, in het zuiden van, in het zuidwestelijke deel, bij de uitvoering van, bij het afsluiten, de zogenaamde Afsluitdijk, de Zuiderzee, voor enkele honderdduizenden, de Bondsrepubliek Duitsland, de Zuiderzeewerken

5. Spreek de volgende aardrijkskundige namen uit:

Europa, de Rijn, Overijssel, Ijsselmeer

6. Let op de intonatie:

Het land ligt voor meer dan de helft beneden de zeespiegel.
Het staat bekend als een ‘regenachtig’ en ‘winderig’ land.
In het westen wordt Nederland bespoeld door de Noordzee.

Woorden en uitdrukkingen

aanleggen (d) создавать, зд: прокладывать, строить
afsluiten (sloot af, afgesloten) запруживать, загораживать, перегораживать
arm aan бедный чем-л.
bedragen (bedroeg, bedragen) составлять, равняться
begrenzen (d) ограничивать
beschermen (d) tegen защищать от
bespoedigen (d) ускорять
de bevolking, -en население
de bevolkingsdichtheid плотность населения
bewoonbaar жилой, обитаемый
dank zij благодаря
de delfstof, -fen ископаемое, минерал
droog сухой
droogleggen осушать
het duizend, -en тысяча
echter но, однако
het eiland, -en остров
het gebied, -en область, перен.: сфера; in het gebied в области (географическое понятие), op het gebied в области (переносное значение)
het gedeelte, -n часть
gematigd умеренный, het gematigd klimaat умеренный климат
gemiddeld в среднем
grenzen (d) aan граничить с
de grens, -zen граница
de grondstof, -fen сырье; aardgas, zout природный газ, соль
gunstig благоприятый
de handel торговля
de heuvel, -s холм, heuvelachtig холмистый
de hoofdstad, -steden столица
importeren (d) импортировать, ввозить
de inwoner, -s житель
de kant, -en сторона, грань; aan de ene (andere) kant с одной (с другой) стороны
het klimaat, -maten климат
de kust, -en побережье
de laagvlakte -n низменность
het land -en страна
de ligging, -en расположение, местоположение
het meer, -meren озеро
het miljoen, -en миллион
het niveau [ni:'wo:] уровень
het noorden север; naar het noorden на север, ten noorden к северу; in het noorden на севере
ontspringen (ontsprong, ontsprongen) (z) вытекать из
ontwikkelen (d) развивать; zich ontwikkelen развиваться
het oosten восток
de oppervlakte, -n поверхность
de overstroming, -en наводнение, затопление
de polder, -s польдер, осушенный участок земли
een polder aanleggen закладывать польдер
de pomp, -en насос
de provincie, -s провинция
regenachtig дождливый
rijk aan богатый чем-л.
de ruimte, -n место, пространство; космос; de leefruimte scheppen создать жизненное пространство
'uitmonden (d) впадать
de uitmonding, -en устье
uitvoeren (d) 1 вывозить; 2. выполнять; het plan uitvoeren выполнять план
veranderen (d) (h, z) 1. изменять. 2. превращаться
vlak плоский
het verschil, -len разница, различие
het werelddeel, -delen часть света
het westen запад
winderig ветреный
de zee, zeeen море
de zeearm, -en морской рукав
de zeespiegel, -s уровень моря; beneden de zeespiegel ниже уровня моря
het zuiden юг

Грамматические пояснения к тексту

1. Употребление артикля с географическими названиями

1) Артикль отсутствует перед названиями стран, городов, континентов и частей света, когда они стоят без определения, например:

Nederland is een dicht bevolkt land. De hoofdstad van Nederland is Amsterdam. Als gevolg van de ligging bij de uitmondingen van de grote Europese rivieren ontwikkelde zich de handel met alle werelddelen: Azië, Amerika en Afrika.

Артикль отсутствует также перед сочетаниями типа Midden-Europa, Noord-Europa, Zuid-Amerika, Midden-Azië, если они употребляются без определения.

2) Если перед названием страны, города или континента стоит определение, то употребляется определенный артикль het, например:

het laaggelegen Nederland, het oude Europa, het mooie Amsterdam.

Исключение: de Krim, de Oekraine.

3) Страны света – het noorden, het zuiden, het westen en het oosten – всегда употребляются с определенным артиклем het, например:

Nederland is gelegen in het westen van Europa. In het zuiden grenst Nederland aan België.

Также: in het zuidwesten, in het noordoosten.

Запомните:

het hoge Noorden – крайний Север
het Nabije Oosten – Ближний Восток
het Verre Oosten – Дальний Восток

Названия стран света часто употребляются в конструкциях ten noorden van ..., ten oosten van ..., ten westen van ..., ten zuiden van ... (к северу, востоку, западу, югу от...), например: Nederland ligt ten noorden van België.

4) Названия рек, морей, озер и гор употребляются всегда с определенным артиклем, например: de Noordzee, de Rijn, de Schelde, de Maas, het Ijselmeer, het Tomameer, de Veluwe, de Alpen.

Nederland is gelegen bij de uitmondingen van de grote Europese rivieren de Schelde, de Maas en de Rijn en op de eilanden in de Noordzee. Deze heuvels zijn niet hoog, alleen op de Veluwe komen er enkele boven 100 meter.

2. Имена существительные, обозначающие жителей стран и населенных пунктов, образуются преимущественно при помощи суффиксов -aar, -er, -aan, например: Amsterdammer, Londenaar, Amerikaan.

Запомните: Vietnamees, Chinees, Moskoviet.

3. Субстантивированные числительные het honderd – de honderden, het duizend – de duizenden требуют после себя существительного без предлога:

honderden mensen – сотни людей
duizenden inwoners – тысячи жителей

Oefeningen

1. Formuleer de gedachten van de volgende zinnen uit de tekst anders:

1. Het land ligt voor meer dan de helft beneden de zeespiegel, waardoor veel dijken en pompen nodig zijn om het gebied droog te houden. 2. Op aardgas in het noorden en zout in het oosten van het land na, is Nederland arm aan delf- en grondstoffen. 3. De laatste grole aanval die de zee op het land deed was in 1953, toen de eilanden in het zuidwestelijke deel van Nederland voor een groot gedeelte werden overstroomd. 4. Daarbij heeft men kunnen putten uit de ervaring die in het begin van de jaren dertig is opgedaan bij het afsluiten van de Zuiderzee.

Key

2. Geef analogen uit de tekst.

Voorbeeld: bevolken – de bevolking.

afsluiten, beschermen, overstromen, liggen, ontwikkelen, uitmonden, uitvoeren, veranderen

Key

3. Gebruik overeenkomstige zelfstandige naamwoorden in plaats van de werkwoorden.

Voorbeeld: Het westen van Nederland is het meest bevolkt. De van Nederland is voor het grootste deel in het westen geconcentreerd.

  1. Vele grote rivieren monden in de Noordzee uit. Bij van de rivieren zijn vele havens gelegen.
  2. De eilanden in het zuidwestelijke, deel van Nederland werden voor een groot gedeelte overstroomd. De bespoedigde de uitvoering van het zogenaamde ‘Deltaplan’.
  3. De zeearmen in het zuidwesten moeten worden afgesloten. Bij van de zeearmen blijven de Nieuwe Waterweg en de Westerschelde voor de scheepvaart open.
  4. Nederland ligt bij de uitmondingen van de grote Europese rivieren. Veel Nederlanders vinden dank zij deze gunstige een middel van bestaan in scheepvaart en handel.
  5. Als gevolg van de gunstige ligging ontwikkelde zich de handel met alle werelddelen: Azië, Amerika en Afrika. De gunstige ligging van Nederland maakte de van de handel met andere werelddelen mogelijk.

Key

4. Hoe groot?

Voorbeeld: Nederland 41200 km2 – Nederland is 41200 km2 groot.

België 30500 km2, Frankrijk 551600 km2, Oostenrijk 83850 km2, Rusland 17 miljoen km2, het Moskouse gebied 45900 km2, Friesland 3865 km2.

Key

5. Hoe hoog?

Voorbeeld: de Mont-Blanc [mɔ̃‿blã·] 4810 m – De Mont-Blanc is 4810 m hoog.

de Mount Everest 8848 m, de Nanga Parbat 812 m, de Veluwe 100 m, Elbrus 5633 m

Key

6. Hoe lang?

Voorbeeld: de Maas 925 km. – De Maas is 925 km lang.

De Rijn 1360 km, de Schelde 430 km, de Wolga 3530 km

Key

7. Vorm vragen met hoe groot (hoog, lang, breed) is (zijn) ... ?

1. Nederland heeft een oppervlakte van 41200 km2. 2. België heeft een oppervlakte van 30500 km2. 3. Rusland heeft een oppervlakte van 17 miljoen km2. 4. Zuid-Holland heeft een oppervlakte van 3326 km2. 5. De Veluwe is ruim 100 m hoog. 6. Dc Alpen zijn 1200 km lang. 7. De Alpen zijn 260 km breed. 8. De Mont-Blanc is 4810 m hoog. 9. De Rijn is 1360 km lang. 10. De Wolga is 3530 km lang.

Key

8. Vorm zelfstandige naamwoorden met behulp van het achtervoegsel -te

Voorbeeld: groot – de grootte

hoog, breed, diep, vlak

Key

Let op: lang – de lengte

9. Antwoord:

1. Hoe groot is de oppervlakte van Nederland? 2. Hoe groot is de oppervlakte van België? 3. Vergelijk de oppervlakten van deze landen. 4. Vergelijk de oppervlakten van Nederland en België met die van Rusland. 5. Tussen welke graden Noordelijke Breedte ligt Nederland? 6. Vergelijk de lengten van de rivieren de Rijn, de Maas en de Schelde. 7. Vergelijk de lengten van de Rijn en de Wolga. 8. Hoe groot is de bevolking van Nederland? (en van België?) 9. Vergelijk de bevolkingsgrootte van Nederland en België met die van Rusland.

Key

10. Schrijf uit de tekst al de uitdrukkingen, die geografische namen behouden (in één kolom met het lidwoord, in een ander – zonder lidwoord). Verklaar hoe het lidwoord wordt gebruikt.

Key

11. Antwoord.

Voorbeeld: Waar is Nederland gelegen? – Nederland is in Europa gelegen.

  1. Waar is België (Frankrijk, Italië, Bulgarije, Polen, Spanje) gelegen?
  2. Waar is China (Korea, Viёtnam, Japan, India) gelegen?
  3. Waar is Canada (waar zijn de Verenigde Staten van Amerika) gelegen?
  4. Waar is Egypte (Algerijё, Tanzanië) gelegen?

Key

12. Hoe zegt men het in het Nederlands?

ехать в Бельгию, Францию, Италию, Польшу, Испанию; вернуться из Канады, Китая, Японии, Вьетнама (terugkomen)

Key

13. Antwoord:

Aan welke landen grenst Nederland? Vraag naar de grenzen van België, Polen, Hongarije, Frankrijk, Finland.

Key

14. Kent u de hoofdsteden van de landen?

Voorbeeld: Amsterdam is de Nederlandse hoofdstad.

Brussel, Wenen, Londen, Parijs, Boedapest, Warschau, Helsinki, Bern, Stockholm, Ottawa

Hongaars, Frans, Canadees, Oostenrijks, Zweeds, Zwitsers, Brits, Belgisch, Pools, Fins

Key

15. Weet u hoe de inwoners van de landen heten?

Voorbeeld: De inwoner van Nederland heet Nederlander.

België, Rusland, Duitsland, Frankrijk, Japan, India, Bulgarije, China, Polen, Spanje

Chinees, Indiër, Japanner, Bulgaar, Spanjaard, Rus, Fransman, Belg, Duitser, Pool

Key

16. Welke taal wordt in het land gesproken?

Voorbeeld: In Nederland wordt Nederlands gesproken.

België, Rusland, Frankrijk, Zwitserland, Amerika, Viëtnam, Italië, Oostenrijk

Viëtnamees; Frans; Frans, Nederlands en Duits; Engels; Italiaans; Frans; Duits en Italiaans; Duits.

Key

17. Antwoord:

1. In welk deel van Europa liggen de volgende landen? Nederland, België, Joegoslavië, Griekenland, Tsjechië, Spanje, Zwitserland, Noorwegen

Key

2. In welk deel van Nederland zijn de volgende provincies gelegen? Noord-Holland, Zuid-Holland, Groningen, Friesland, Noord-Brabant, Limburg, Overijssel, Gelderland, Zeeland

Key

18. Zeg het in het Nederlands:

быть расположенным на севере, на западе, на востоке, на юге Европы (страны); ехать на север, восток, запад, юг

Key

19. Antwoord:

Welke provincies zijn in het noorden, in het oosten, in het zuiden en in het westen van Nederland gelegen?

Key

20. Gebruik: ten westen, ten oosten enz. Let op de afkorting t.o.v. – ten opzichte van – по отношению к ...

  1. Waar ligt België t.o.v. Nederland?
  2. Waar ligt de Bondsrepubliek Duitsland t.o.v. Nederland?
  3. Waar ligt Luxemburg t.o.v. België?
  4. Waar ligt Rusland t.o.v. Polen?
  5. Waar ligt Nederland t.o.v. de Bondsrepubliek Duitsland?

Key

21. Lees en let op het gebruik van het lidwoord:

Kees van Katwijk woont al negen jaar in het buitenland. Via Noord- en Zuid-Amerika en India kwam hij terecht in Afrika. Het Afrikaanse Sierre Leone is zijn laatste standplaats geworden. Daarvoor was hij werkzaam in Nigeria, Brazilië en Indonesië. Hij werkt als adviseur in een economisch samenwerkingsverband tussen Sierra Leone en het naburige Liberia. Werken in het Midden-Oosten verschilt hemelsbreed met werken in Nederland.

Key

22. Maak volgens het voorbeeld. Let er voor op dat het lidwoord wegblijft voor de samenstellingen zoals Midden-Europa, Zuid-Amerika, Noord-Europa enz.

Voorbeeld: Waar ligt Nederland? – Nederland ligt in West-Europa.

  1. Waar ligt Noorwegen?
  2. Waar ligt België?
  3. Waar ligt Polen? (Frankrijk, Finland)?
  4. Waar ligt Brazilië (Argentinië)?

Key

23. Gebruik in plaats van de bijzinnen – bepalingen van de aardrijkskundige namen.

Voorbeeld: Italië dat in Zuid-Europa ligt heeft een mooi zeeklimaat. – Het Zuideuropese Italië heeft een mooi zeeklimaat.

Key

24. Zet het lidwoord als het nodig is:

  1. Mont-Blanc is de hoogste top van Alpen en in Midden-Europa.
  2. Ruim 20 miljoen mensen – van wie 2,5 miljoen in Nederland – zijn voor hun drinkwater aangewezen op Rijn.
  3. De belangrijkste Europese rivieren Rijn en Maas monden in Noordzee uit.
  4. De rivier Nieuwe Maas en Nieuwe Waterweg en de havens met diep vaarwater vormen de basis voor het Rotterdamse bestaan.
  5. Aan de oevers van Kama, een zijrivier van Wolga is een grote vrachtwagenfabriek gebouwd.
  6. Pyreneeën zijn het grensgebergte tussen Frankrijk en Spanje.
  7. Het wereldkampioenschap in schaken werd vorig jaar in Filippijnen gehouden.

Key

25. Bepaal de bijzin, zeg hetzelfde met een ander voegwoord:

1. Het land ligt voor meer dan de helft beneden de zeespiegel, waardoor veel dijken en pompen noodzakelijk zijn om het gebied droog te houden. 2. Dank zij de ligging tussen 51° en 54° NB aan de Noordzee en de warme Golfstroom heeft Nederland een gematigd zeeklimaat, waarbij de gemiddelde temperatuur in januari 1,7°C en in juli 17°C bedraagt.

Key

26. Vertaal in het Russisch:

een gematigd zeeklimaat, een dichtbevolkt land, de gemiddelde bevolkingsdichtheid, een ingewikkeld systeem, het laaggelegen land, het zogenaamde Deltaplan, de gemiddelde temperatuur, de zogenaamde Afsluitdijk

Key

27. Gebruik voltooid deelwoorden van de tussen haakjes staande werkwoorden als bijvoeglijke bepaling:

  1. Nederland heeft een zeeklimaat (matigen).
  2. Nederland is een land (dicht bevolken).
  3. Dijken en dammen beschermen het land tegen de overstroming (laag liggen).
  4. België is een hoog land (ontwikkelen).

Key

28. Antwoord op de vragen. Gebruik de beneden staande woorden en woordverbindingen:

bij de uitmondingen van de rivieren liggen, beneden de zeespiegel liggen, arm zijn aan, laag liggen
  1. Waarom vechten de Nederlanders vele eeuwen door tegen het water?
  2. Waarom moet Nederland de meeste grondstoffen importeren?
  3. Waarom staat Nederland bekend als een ‘regenachtig’ en ‘winderig’ land?
  4. Waarom ontwikkelde Nederland de handel met alle werelddelen?

Key

29. Vul in:

1. De Rijn uit het Tomameer en in de Noordzee . 2. In het westen wordt Nederland door de Noordzee . 3. De oppervlakte van Nederland 41,200 km2. 4. In de provincies Drente, Overijssel en Gelderland is het . 5. Nederland twaalf provincies. 6. Binnen eeuwen hadden de Nederlanders een ingewikkeld systeem van dijken, dammen en grachten gebouwd om hun laaggelegen land en dus te houden. 7. De ramp van 1953 bespoedigde de van het zogenaamde ‘Deltaplan’. 8. Bij het van de Zuiderzee is een 30 km lange dijk – de Afsluitdijk – tussen Friesland en Noord-Holland .

Key

30. Vertaal in het Nederlands:

1. Нидерланды, как и Бельгия, расположены на западе Центральной Европы. 2. Более половины территории страны расположено ниже уровня моря. 3. Нидерланды граничат с двумя странами – на востоке с Федеративной Республикой Германией, на юге с Бельгией, с запада Нидерланды омывает Северное море. 4. Нидерланды довольно бедны полезными ископаемыми. 5. Нидерланды – низко расположенная страна, поэтому необходимы дамбы и насосы для защиты от наводнения. 6. При выполнении плана "Делтаверкен" были перекрыты морские рукава. 7. В тридцатых годах на севере страны была построена дамба (de Afsluitdijk), отделившая Зёйдерзе от Северного моря. 8. Здесь были заложены польдеры. 9. Это создало жизненное пространство для сотен тысяч людей.

Key

31. Beantwoord de vragen over de tekst:

1. Waar ligt Nederland? 2. Waarom is de ligging van het land gunstig? 3. Welke rivieren in Nederland kent u? 4. Aan welke landen grenst Nederland? 5. Hoe groot is de oppervlakte van Nederland? 6. Wat kunt u over het kindschap van het land zeggen? Is het overal hetzelfde? 7. Waarmee is het gematigde zeeklimaat van Nederland te verklaren? 8. Waarom moet Nederland de meeste grondstoffen importeren? 9. Hoe groot is de bevolking van Nederland? 10. Hoe hoog is de bevolkingsdichtheid in Nederland? Is ze in alle provincies dezelfde? 11. Hoe is de bestuurlijke indeling (административное деление) van Nederland? Hoeveel provincies telt het land? 12. Waarom hebben de Nederlanders een ingewikkeld systeem van dijken, dammen en grachten nodig? 13. Wat weet u over de ramp van 1953? 14. De uitvoering van welk plan bespoedigde deze ramp? 15. Wat weet u over de Zuiderzeewerken? 16. Wanneer werd de Afsluitdijk gebouwd? Weet u dat de Afsluitdijk volgens het plan van ingenieur C. Lely werd gebouwd? 17. Wat ging men aanleggen in deze afgesloten binnenzee? 18. Hoeveel mensen kunnen hier gaan wonen?

Key

32. Hoe verstaat u het gezegde ‘God schiep de gehele wereld behalve Holland, want dat hebben de Hollanders gedaan?’ Hoe is het gezegde ontstaan?

Key

33. Welke betekenis had de gunstige ligging van Nederland voor de ontwikkeling van de handel met andere landen?

Key

34. Vertaal de volgende woordengroepen in het Nederlands. Spreek over Nederland (België):

расположена на северо-западе Центральной Европы; граничит (на севере, востоке, западе, юге); омывается с севера, запада; насчитывает ... провинций; население составляет ... млн. человек; плотность населения составляет ... человек на кв. км.: занимать выгодное положение; развивать торговлю с другими странами

Key

35. Hoe zeg je het in het Nederlands:

1. Ноe vraagt u over de bevolking van een land? (een provincie)? 2. Hoe vraagt u over de hoogte van een berg (een gebergte)? 3. Hoe vraagt u over de grootte van een land. (provincie)? 4. Hoe vraagt u over de lengte van een rivier? 5. Hoe vraagt u over het klimaat in een land? 6. U heeft belangstelling voor de bevolkingsdichtheid in een land. Vraag er over. 7. Hoe vraagt u over de diepte van de zee? 8. Welke vragen kunt u aan uw gesprekspartner stellen over de ligging van het land?

Key

36. Beantwoord volgende vragen met de kaart van Nederland:

1. In welke provincie van Nederland ligt Haarlem? 2. En Den Haag? 3. De hoofdstad van welke provincie is de stad ’s-Herlogenbosch? 4. Welke provincies verbindt de Afsluitdijk? 5. Waar ligt Amsterdam? 6. Waar ligt Maastricht? 7. Waar wordt Fries gesproken?

Key

37. Antwoord op de vragen: Gebruik in uw antwoorden een van de drie mogelijke varianten:

  1. Waar loopt de grens van Nederland aan de Bondsrepubliek Duitsland? Waar grenst Nederland aan België?
     1) in het noorden, 2) in het oosten, 3) in het zuiden
  2. Wat wordt in het noorden van Nederland gewonnen? (welke delfstoffen)
     1) steenkool, 2) zout, 3) aardgas
  3. Noem de hoofdslad van Nederland.
     1) Rotterdam, 2) Amsterdam, 3) ’s-Gravenhage (Den Haag)
  4. Hoeveel provincies telt Nederland?
     1) tien, 2) iwaalf, 3) elf
  5. Key
  6. De hoofdstad van welke provincie is Leeuwarden?
     1) Groningen, 2) Zeeland, 3) Friesland
  7. Welk klimaat heeft Nederland?
     1) Een continentaal klimaat, 2) een tropisch klimaat, 3) een gematigd zeeklimaat
  8. Aan de monding van welke rivier ligt Rotterdam?
     1) de Schelde, 2) de Maas, 3) de Rijn
  9. Wat is Texel? (zie de kaart)
     1) een deel van het vaste land, 2) een eiland, 3) een schiereiland

Key

38. Lees en vertaal in het Russisch, gebruik het woordenboek:

Het grondgebied van de Russische Federatie (Rusland) beslaat ca. 17 miljoen km2, hetgeen bijna 15 % van het bewoonde aardoppervlak is. Er is negen uren tijdverschil tussen de west en oostgrenzen.

De noordelijke grenzen van Rusland worden bespoeld door de Noordelijke Ijszee en haar kustwateren: de Barcntsz-Zee, de Witte Zee, de Zee van Laptjew, de Oostsiberische Zee en de Zee van Tsjoekotka; in het Zuiden door de Zwarte Zee, de Zee van Azow en de Kaspische Zee, in het oosten door de Stille Oceaan en de Beringzee, de Zee van Ochotsk en de Japanse Zee, in het westen door de Oostzee. Op sommige plaatsen komen de grenzen van Japan en de Verenigde Staten zeer dicht nabij die van Rusland. Het Japanse eiland Hokkaido bevindt zich op 43 km afstand van het eiland Sachalin (Rusland); de Amerikaanse staat Alaska is door de 85 km brede Bering-Slraat van het Kamtsjatka-schiereiland gescheiden.

Het landschap is heel veelzijdig. Uitgestrekte vlakten en groen laagland worden afgewisseld door schilderachtige plateaus [plato·s] en bergketens. In het zuiden van het land verrijst de Kaukasus.

Het land is begroeid met rijke loof- en naaldboomwouden en wordt doorkruist door vele grote rivieren. De waterrijkdom wordt aangevuld door diepe meren met wonderschone oevers.

Het klimaat in het Europese deel van Rusland is continentaal; de zomers zijn warm, soms heet, met matige regenval, de winters – tamelijk streng.

Key

39. Vertel:

over de ligging, de grenzen, de grootte, de bevolking, de steden, het klimaat van Rusland (de Russische Federatie).

Key