Изучаем нидерландский язык с нуля!
Урок 13

Уроки с 10-го и далее будут доработаны в будущем. Ключей и исправлений пока нет.

Thema:

Een bezoek aan de bioscoop, schouwburg. Перевод

Voorbeelden:

Wat voor films worden in de bioscopen vertoond? – Какие фильмы идут в кинотеатрах? Wat voor een film draait er vandaag? – Какой фильм идет сегодня? Wat wordt er vandaag opgevoerd? – Какой спектакль идет сегодня? Hebt u nog plaatsen voor vandaag? – У вас есть билеты на сегодня? Had u een goede plaats? – У вас было хорошее место? Ik zat (niet) mooi. – У меня было (не очень) хорошее место. Ik kon (kan) het verhaal (niet) goed volgen. – Я (не) мог(у) следить за действием. Hoe laat begint (loopt... af) de film (de voorstelling)? – Когда начинается (заканчивается) фильм (спектакль)? Wie speelt in deze film? – Кто играет в фильме? Hoe zijn de rollen verdeeld? – Кто играет в спектакле? Hoe vindt u de film (de voorstelling)? – Как вам нравится фильм (спектакль)? Wie heeft de film gemaakt? – Кто поставил фильм?

Grammatica:

Предпрошедшее время. Временные придаточные предложения с союзами wanneer, terwijl, toen, als. Предложения с союзом want. Инфинитивные дополнения с te. Сочетания staan, zitten, liggen + te + инфинитив.

NAAR DE BIOSCOOP

Jan: Zullen we vanavond eens naar de bioscoop gaan? Er is hier in de buurt een heele mooie bioscoop. Hij is heel nieuw en er worden goede films vertoond. Als je een film moet kiezen, weet je meestal niet, welke film de moeite waard is te bekijken.
Anton: Dat lijkt me een goed idee. Wat voor een film draait er vandaag?
J.: Een Nederlandse film ‘De stem van het water’ van Bert Haanstra.
A.: O, leuk!
J.: Hier moeten wij zijn. Wacht even, ik zal de kaartjes halen.
Terwijl Anton voor de bioscoop op zijn vriend te wachten bekijkt hij de aankondiging.
J.: Hier is jouw kaartje.
De voorstelling is al begonnen. De vrienden komen de bioscoop binnen. Er draait eerst een mooie documentaire.
A.: Is dat de film?
J.: Neen, het is de aankondiging, een reclame van een reisbureau zeker. Ja, en het nieuws van de week kreeg je vroeger op het doek.

EEN BEZOEK AAN DE BIOSCOOP

Jan en Anton zijn gisteravond naar de bioscoop geweest.

Zij wisten eerst niet welke film zij moesten kiezen. Maar toen zij in de krant keken, zagen zij dat er ergens een Nederlandse film draaide. ‘De stem van het water’ heette die film. Zij besloten die film te gaan bekijken want ten eerste vond Anton het leuk beelden van Nederland te zien, en ten tweede leek het hem nuttig de in het Nederlands gesproken tekst te horen. Daarbij kwam dat Anton nog geen enkele Nederlandse film had gezien.

De voorstelling begon ’s avonds om kwart voor 7 en duurde tot 9 uur. Zij zaten mooi en Anton kon het verhaal heel goed volgen. Hij begreep bijna alles.

Jan had ’s middags van tevoren kaartjes gekocht want hij dacht dat de zaal wel eens vol zou kunnen zitten. Jan had de film al een keer gezien en verschillende artikelen over de film gelezen. Bert Haanstra die hem gemaakt heeft, is een van de bekendste Nederlandse regisseurs.

Jan’s vermoeden bleek juist, want toen hij bij de kassa kwam, zei de juffrouw dat de voorstelling bijna uitverkocht was. Zij gaf hem de laatste twee kaartjes. Voor de pauze zagen zij het nieuws en een voorstukje van een nieuwe film. De hoofdfilm ging over de plaats die het water in het leven van de Nederlanders inneemt.

Zij zagen vissers die ’s nachts hun netten binnenhaalden, kinderen die moesten leren zwemmen, mensen die vakantie op het water hielden. Zij zagen ook hoe de storm schepen op zee in gevaar bracht, en tenslotte hoe in 1953 een zeer zware storm de dijken deed doorbreken, wat een ramp voor Nederland betekende, daar een gedeelte van het land onder water liep en zeer veel mensen en dieren de dood vonden.

Het publiek genoot van de schitterende opnamen en vooral ook van de prachtige kleuren.

Na afloop gingen Jan en Anton een terrasje zitten om een kopje koffie te drinken, want zij vonden 9 uur te vroeg om al naar huis te gaan.

NA DE VOORSTELLING

Meneer van Dam: Wat hebben jullie gisteravond gedaan? Zijn jullie thuis gebleven?
Jan: Neen, we hadden geen zin om thuis te blijven. Daarom hebben wij eens even in de krant gekeken wat er in de stad te doen was. Ik zag dat er ergens een Nederlandse film draaide.
M.v.D.: Hoe heette die film?
J.: De stem van het water.
M.v.D.: O, ja, dat is een heel bekende film van Bert Haanstra.
J.: Ja, dat wist Anton. Hij had al over die film gelezen. Ik was bang dat de film wel eens uitverkocht kon zijn. Ik ben dan ook ’s middags al naar de kassa gegaan en heb kaartjes gekocht. Dat was maar goed ook, want de juffrouw gaf mij de laatste twee kaartjes.
M.v.D.: Hadden jullie nog wel goede plaatsen?
J.: Ja, wij zaten heel mooi. (prima)
M.v.D.: Anton, had je weleens eerder een Nederlandse film gezien?
Anton: Nee, dit was de eerste keer. Ik vond het erg leuk om eens een Nederlandse film te zien. Ten eerste leek het me nuttig gesproken Nederlands te horen, ten tweede was ik benieuwd hoeveel ik zou begrijpen.
M.v.D.: En hoe ging het? Kon je het verhaal goed volgen?
A.: Ja, dat ging wel. Het was namelijk bij deze film namelijk niet zo heel belangrijk of je de tekst goed begreep. Het belangrijkste waren de beelden. De kleuren bij voorbeeld waren prachtig. Zo zagen we schitterende opnamen van een visser die ’s nachts met zijn bootje langs zijn netten ging, en van schepen die bij zware storm op zee in moeilijkheden kwamen.
J.: We hebben ook erg gelachen. Het was heel grappig om te zien hoe kinderen in zwembaden zwommen, en hoe mensen vakantie aan het water hielden.
M.v.D.: Was dat dan zo grappig?
J.: U moest het zelf maar eens gaan bekijken. Wij hebben in ieder geval erg genoten.
M.v.D.: Zagen jullie nog iets van de ramp van 1953?
A.: Ja, aan het eind zagen we hoe het land na het doorbreken van de dijken onder water gelopen was en hoe de mensen zelfs op de daken van de huizen zaten.
M.v.D.: Was er ook een aardig voorprogramma?
A.: We zagen het nieuws en een stukje van de film die de volgende week draait.
M.v.D.: Hoe laat was de film afgelopen?
A.: Hij was al vroeg afgelopen, want hij begon ook al vroeg, om kwart voor 7. Om 9 uur stonden we al weer op straat.
J.: Toen hebben we nog even op een terrasje koffie zitten drinken, want we hadden nog geen zin om al naar huis te gaan.

UITSPRAAKOEFENINGEN

1. Spreek uit:

-lijk [lək] namelijk, voornamelijk, dadelijk, duidelijk, moeilijk
Jan had namelijk de film al een keer gezien ...

-ig [əx] aardig, prachtig, nuttig, gezellig, grappig
De kleuren bij voorbeeld waren prachtig.
Was er ook een aardig voorprogramma?
Was dat dan zo grappig?

-rijk [rək] belangrijk
Het was namelijk bij deze film niet zo heel belangrijk of je ...

2. Let op de intonatie.

dalend:

Wat hebben jullie gìsteren gedaan?
vanmorgen, eergisteren, vorige week, in de vacantie, zaterdag

3. Oefen de intonatie volgens het voorbeeld.

Voorbeeld: Spreekt iedereen Nederlands? (opstijgend) – Ja, ze spreken allemaal Nederlands. (dalend)

1. Leert iedereen Nederlands? 2. Zit iedereen in de eetkamer? 3. Zit iedereen in de tuin? 4. Zit iedereen in de klas? 5. Zil iedereen buiten? 6. Zit iedereen binnen?

4. Let op de intonatie.

Voorbeeld: Hoe ging het? (dalend) Kon je (U) het verhaal goed volgen? (opstijgend)

Hoe ging het? Kon je (U) ... goed volgen? (de tekst, de film, de les, de voorstelling, het liedje, het boek)

Woorden en uitdrukkingen

de aankondiging, -en рекламный ролик, анонс
aardig милый, приятный
aflopen (liep af, afgelopen) заканчиваться
de afloop окончание, истечение; na afloop по окончании
het artikel, -s статья
bang боязливый; bang zijn (voor iets, iemand) бояться, опасаться (кого-л., чего-л.)
bekend известный, знакомый
benieuwd любопытный, заинтересованный; benieuwd zijn проявлять любопытство (хочется узнать)
besluiten (besloot, besloten) решить (сделать что-н.)
betekenen (d) означать, значить
het bezoek aan (een museum, een bedrijf) посещение чего-л. (музея, предприятия)
de bioscoop, -сореп кинотеатр; naar de bioscoop gaan идти в кино
blijken (bleek, gebleken) (z) оказываться
de boot, boten 1. лодка, шлюпка; 2. судно, пароход
de buurt, -en соседство, близость; in de buurt по соседству, поблизости
het dak, daken крыша
de dijk, -en дамба, плотина
het doek, -en полотно, картина; занавес; экран; op het doek зд.: на экране
de dood смерть; de dood vinden погибнуть
'doorbreken (brak 'door, 'doorgebroken) прорываться; de dijk brak door плотина прорвалась; het water deed de dijk doorbreken вода прорвала плотину
door'breken (door'brak, door'broken) прорывать
draaien (d) поворачивать, крутить, зд.: идти (о картине); Wat voor een film draait er vandaag? Что за фильм идет сегодня?
het eind(e) конец; aan het einde в заключение
de film, -s фильм; een documentaire film документальный фильм; een tekenfilm мультипликационный фильм; de spel (hoofd) film художественный фильм
genieten (genoot, genoten) van наслаждаться чем-л., получать удовольствие
het gevaar, -varen опасность; in gevaar brengen подвергать опасности
grappig забавный, смешной; забавно, смешно
halen (d) приносить; пойти за чем-л.
houden (hield, gehouden): vakantie op het water houden проводить отпуск на воде
juist правильный, верный; именно, как раз de kaart, -en, het kaartje, -s билет (в кино, театр)
kiezen (koos, gekozen) выбирать
lachen (lachte, gelachen) смеяться
leuk милый, удачный, хороший
de moeilijkheid, -heden трудность; in moeilijkheden komen попасть в затруднительное положение
de moeite, -n усилия, хлопоты, старание, труд
het is de moeite (niet) waard, iets te doen стоит (не стоит) сделать что-л.
het net, -ten сеть; netten binnenhalen убирать сети
het nieuws новости дня; het nieuws van de week хроника недели
nuttig полезный
de opname, -n съемка
de plaats, -en место; de plaats innemen занимать место; Hebt u nog tickets voor vandaag? У вас еще есть билеты на сегодня?
het publiek публика
de ramp, -en бедствие, катастрофа
de reclame, -s реклама
de regisseur, -s режиссёр-постановщик
het schip, schepen судно, корабль
schitterend блестящий, великолепный
slecht плохой
de storm, -en штурм, буря
het stuk, -ken; het stukje часть, кусок
het terrasje, -s открытое кафе
tevoren, van tevoren заранее
uitverkopen (verkocht uit, uitverkocht) распродавать
uitverkocht распродано
het verhaal, -halen рассказ, повествование, зд.: действие фильма
het vermoeden, -s предположение, предчувствие
vertonen (d) показывать; Wat voor films worden in de bioscopen vertoond? Какие фильмы идут в кинотеатрах?
de visser, -s рыбак
volgen (d) следить; следовать; het verhaal volgen следить за действием
het voorprogramma, -’s киножурнал (хроника)
de voorstelling, -en представление; сеанс
wachten (t) op ждать кого-л., что-л.
het water, -en вода; onder water lopen быть затопленным водой
weleens однажды
het zwembad, -en бассейн
zwemmen (zwom, gezwommen) (z, h) плавать
zitten: mooi-prima (slecht) zitten иметь хорошие (плохие) места
de zin, -nen смысл; geen zin hebben iets te doen не иметь настроения, желания делать что-л.

Грамматические пояснения к тексту

Предпрошедшее время

1. Предпрошедшее время (voltooid verleden tijd) – совершенное прошедшее время:

had/den
was/waren

}

+

причастие
прошедшего времени

Употребление вспомогательных глаголов hebben и zijn в предпрошедшем времени то же, что и в перфекте. Предпрошедшее время выражает предшествование одного действия другому в прошедшем, напр.:

Daarbij kwam dat Anton nog nooit een Nederlandse film had gezien. Jan had ’s middags van tevoren kaartjes gekocht, want hij dacht dat de zaal wel eens vol zou kunnen zitten. Aan het eind zagen we hoe het land na het doorbreken van de dijken onder water gelopen was.

2. Временные придаточные предложения (bijzinnen van tijd)

Временные придаточные предложения отвечают на вопросы wanneer? когда?, sinds wanneer? с какого времени?, tot wanneer? до каких nop?, hoe lang? как долго?. Временные придаточные предложения вводятся союзами wanneer, terwijl, toen, als и т. д.

Wanneer (когда) употребляется при отнесенности действия к настоящему и будущему, напр.:

Wanneer de film afloopt, gaan de vrienden een kopje koffie op een terrasje drinken. Wanneer je thuis bent, bel me dan even op of je goed bent aangekomen.

Terwijl (в то время как, пока) при одновременном протекании двух действий, напр.:

Terwijl Anton voor de bioscoop staat te wachten, koopt Jan kaartjes aan de kassa.

Toen (когда) употребляется при обозначении однократного действия в прошедшем, напр.:

Maar toen zij in de krant keken, zagen zij dat er ergens een Nederlandse film draaide.

Jan’s vermoeden bleek juist, want toen hij bij de kassa kwam, zei de juffrouw dat de voorstelling bijna uitverkocht was.

Als (когда, если) употребляется при одновременности действия в будущем и при обозначении многократного (повторного) действия в настоящем и прошедшем, напр.:

Als er een nieuwe Nederlandse film in deze bioscoop zal draaien, gaat Anton zeker naar deze film.

Als je een film moet kiezen, weet je meestal niet welke film de moeite waard is te bekijken.

Als Jan vrije tijd had, ging hij naar de bioscoop. – Когда (если) у Яна было свободное время, он ходил в кино.

3. Причинная связь между предложениями может выражаться при помощи сочинительного союза want (так как, потому что).

Запомните: после want следует прямой порядок слов, напр.:

Zij besloten die film te gaan bekijken, want Anton vond het leuk beelden van Nederland te zien, en het leek hem nuttig de in het Nederlands gesproken tekst te horen.

Hij was vroeg afgelopen, want hij was ook vroeg begonnen.

4. Глаголы besluiten, beslissen, denken, menen и ряд других требуют после себя инфинитив другого глагола с частицей te, напр.:

Zij besloten die film te gaan bekijken.

5. Длительность (продолжительность) действия выражается при помощи конструкций staan, zitten, liggen + te + инфинитив, (а также blijven + инфинитив), напр.:

Terwijl Anton voor de bioscoop op zijn vriend staatte wachten, bekijkt hij de aankondiging.

– Стоя в ожидании своего друга у кинотеатра, Антон рассматривает анонс.

Hij zit een krant te lezen.

– Он сидит и читает газеты.

Zij blijft op ons wachten.

– Она продолжает нас ждать.

Oefeningen

1. Zet in de tegenwoordige tijd:

1. Zij wisten het niet. 2. Ze keken in de krant. 3. Ergens draaide een Nederlandse film. 4. Ik vond het leuk. 5. Het leek me nuttig te zijn. 6. De voorstelling begon ’s avonds. 7. Ze zaten mooi. 8. Hij kon het verhaal goed horen. 9. Ze begreep bijna alles. 10. De vrienden besloten naar de bioscoop te gaan. 11. Zij hielden hun vakantie op het water. 12. Hij kocht de kaartjes. 13. Zij zeiden niets. 14. Zij gaf hem de laatste twee kaartjes. 15. De hoofdfilm ging over het water.

Key

2. Zet in de onvoltooid verleden tijd:

1. Ze zijn naar de bioscoop geweest. 2. Ik heb deze film gezien. 3. Hij heeft verschillende artikelen over de film gelezen. 4. Een bekende cineast heeft deze film gemaakt. 5. Ik ben op tijd gekomen. 6. Hij heeft veel over de film gelezen. 7. Jullie hebben limonade gedronken. 8. Ik ben bang geweest. 9. Het kind heeft in het zwembad gezwommen. 10. De storm heeft de schepen op zee in gevaar gebracht. 11. We hebben daarvan genoten.

Key

3. Zet in de voltooid verleden tijd.

Voorbeeld: Hij zag een Nederlandse film. – Hij had een Nederlandse film gezien.

1. Ik keek in de krant. 2. Wij genoten van de opnamen. 3. Zij vonden de film mooi. 4. U begreep me niet goed. 5. Wij bleven die avond thuis. 6. Hij gaf me een kaartje. 7. Ik las er over. 8. Zij deed in de stad boodschappen. 9. Jan kocht kaartjes van tevoren. 10. Ze dronken koffie. 11. Voor de pauze zagen ze het nieuws. 12. Mevrouw sprak met zachte stem. 13. De film beviel me goed.

Key

4. Zegt, wat je eerst hebt gedaan.

Voorbeeld: (de kaartjes kopen), dan gingen we naar de bioscoop. – We hadden de kaartjes gekocht, dan gingen we naar de bioscoop.

  1. (de film zien), dan gingen wij op een terrasje zitten.
  2. (’s morgens in het zwembad zwemmen), dan gingen wij eten.
  3. (in de krant over de film lezen), dan ging hij de film bekijken.

Key

5. Maak volgens het voorbeeld:

Heeft hij een Nederlandse film gezien? (nooit) – Mijn vriend zei dat hij nooit een Nederlandse film had gezien.

  1. Heeft hij de kaartjes al gekocht? (gisteren) Mijn vriend zei,
  2. Heeft een bekende filmer deze film gemaakt? (vorig jaar) Mijn vriend zei,
  3. Heeft hij verschillende artikelen over de film gelezen? (verleden week) Mijn vriend zei,

Key

6. Drukt uw tevredenheid anders uit.

Voorbeeld: Wij waren tevreden over de film. (naar de film zijn) – Ik vond het erg leuk, dat wij naar de film waren geweest.

  1. Wij waren tevreden over onze plaatsen. (mooi zitten)
  2. Wij waren tevreden over onze vakantie aan het water. (vakantie aan het water houden)
  3. De kinderen waren tevreden over de tekenfilm. (naar de tekenfilm zijn)
  4. Wij waren tevreden over het gesprek. (een nuttig gesprek hebben)

Key

7. Maak volgens het voorbeeld:

Als u naar de bioscoop wilt, ... . (de kaartjes van tevoren moeten kopen) – Als u naar de bioscoop wilt, moet u de kaartjes van tevoren kopen.

  1. Als u naar de schouwburg wilt, ... . (de kaartjes van tevoren moeten bestellen)
  2. Als u naar een goede film wilt, ... . (in de krant moeten kijken)
  3. Als u het verhaal goed wilt volgen, ... . (naar de spreker goed moeten luisteren)
  4. Als u een plattegrond van de stad nodig heeft, ... . (naar de kiosk moeten)
  5. Als u uw vakantie op het water wilt houden, ... . (moeten leren zwemmen)

Key

8. Antwoordt.

Voorbeeld: Wanneer gaat u naar de film? (het artikel tot het einde lezen) – Wanneer ik het artikel tot het einde heb gelesen, ga ik naar de film.

  1. Wanneer gaat u naar de schouwburg? (de kaartjes kopen)
  2. Wanneer gaat u uw vrienden bezoeken? (tijd hebben)
  3. Wanneer gaat u de historische plaatsen van de stad bezoeken? (een goede gids hebben)
  4. Wanneer gaat u met vakantie? (het boek tot het einde schrijven).

Key

9. Antwoordt:

  1. Wanneer gaat u naar de bioscoop?
  2. Wanneer gaat u naar de schouwburg?
  3. Wanneer gaat u naar de tentoonstelling?
  4. Wanneer gaat u met vakantie?

Key

10. Antwoord volgens het voorbeeld:

Jan koopt kaartjes. Wat doet zijn vriend? (de aankondiging bekijken) – Terwijl Jan kaartjes koopt, bekijkt zijn vriend de aankondiging.

  1. Jan gaat de bioscoop binnen. Wat doet zijn vriend? (in de auto wachten)
  2. Anton drinkt zijn koffie. Wat doet zijn vriend? (een krant kopen)
  3. Anton en Jan zitten op een terrasje. Wat doet meneer Van Dam? (al thuis zijn)
  4. Meneer Van Dam is op zijn kantoor. Wat doen de vrienden? (de stad bekijken)
  5. Jan kijkt televisie. Wat doet zijn vriend? (in de krant lezen)

Key

11. Verbind de zinnen.

Voorbeeld: De vrienden kwamen de bioscoop binnen. De voorstelling was al begonnen. – Terwijl de vrienden de bioscoop binnenkwamen, was de voorstelling al begonnen.

  1. Anton volgde het verhaal aandachtig. Jan genoot van de schitterende opnamen.
  2. Anton bekeek de bezienswaardigheden van de stad. Jan volgde colleges aan de universiteit.
  3. Meneer Van Dam zat rustig in een tijdschrijft te lezen. Zijn vrouw maakte het eten klaar.

Key

12. Maak volgens het voorbeeld.

Voorbeeld: Wat was u aan het doen, toen het telegram kwam? (lezen) – Ik was aan het lezen, toen het telegram kwam.

  1. Wat was Anton aan het doen, toen Jan binnenkwam? (schrijven)
  2. Wat was Anton aan het doen, toen meneer Van Dam hem opbelde? (lezen)
  3. Wat was mevrouw Van Dam aan het doen, toen de post kwam? (ontbijten)
  4. Wat was Jan aan het doen, toen zijn vrienden aankwamen? (studeren)

Key

13. Maak bijzinnen van tijd volgens het voorbeeld.

Zij keken in de krant. Zij zagen een advertentie. – Toen ze in de krant keken, zagen ze een advertentie.

  1. Hij kwam bij de kassa. De voorstelling was bijna uitverkocht.
  2. Hij was deze zomer in Nederland. Hij zag Nederlandse films.
  3. We gingen naar Amsterdam. Het was mooi weer.
  4. Ik merkte het. Het was al te laat.
  5. Hij luisterde zeer aandachtig. Hij kon beter het verhaal begrijpen.
  6. Zij hielden hun vakantie op het water. Zij zwommen veel.

Key

14. Antwoord:

  1. Wanneer zag Anton Nederlandse films?
  2. Wanneer kon hij het verhaal beter volgen?
  3. Wanneer sprak Anton veel Nederlands?
  4. Wanneer genoot u van de natuur deze zomer?
  5. Wanneer zwom u veel?

Key

15. Maak volgens het voorbeeld.

Hij staat en wacht op zijn vriend. – Hij staat op zijn vriend te wachten.

  1. Hij zit en leest in een krant.
  2. Hij staat en rookt een sigaret.
  3. Zij staat en praat met haar vriendin.
  4. Hij ligt en leest in een boeiend boek.
  5. Wij zitten en praten over de film.
  6. Anton staat voor de bioscoop en wacht op zijn vriend.

Key

16. Verbind de zinnen.

Voorbeeld: Wij besloten die film te gaan bekijken. Anton had nog nooit een Nederlandse film gezien. – Wij besloten die film te gaan zien, want Anton had nog nooit een Nederlandse film gezien.

  1. We besloten die film te gaan bekijken. Het leek Anton nuttig de Nederlandse tekst te horen.
  2. Zij gingen op een terrasje koffie drinken. Zij vonden 9 uur te vroeg om al naar huis te gaan.
  3. Jan had ’s middags van tevoren kaartjes gekocht. Hij dacht dat het weleens vol kon zijn.
  4. Wij besloten die film te gaan bekijken. Anton vond het leuk beelden van Nederland te zien.
  5. Anton kon het verhaal goed volgen. Zij zaten mooi.

Key

17. Vertaal in het Nederlands:

Когда Антон приехал в Амстердам, он позвонил своему другу Яну Янсену. Друзья решили пойти в кино. Когда вы хотите выбрать фильм, нужно посмотреть газеты. В то время как Антон рассматривал анонс перед кинотеатром, Ян купил билеты. Когда он подошел к кассе, билеты были почти распроданы. Так как у них были хорошие места, Антон мог следить за действием.

Key

18. Bevestig de gedachte en gebruik de moeite waard zijn.

Voorbeeld: De film is goed. – Het is dus de moeite waard deze film te zien.

  1. Dat is een echte Nederlandse film.
  2. De opnamen in deze film zijn prachtig.
  3. Het boek is boeiend.
  4. Het artikel is schitterend geschreven.

Key

19. Antwoord: Waarom ging Anton naar een Nederlandse film? Vul aan:

  1. Hij vond het leuk ... (beelden van Nederland).
  2. Het leek hem nuttig ... (gesproken Nederlands).
  3. Hij was benieuwd ... (begrijpen).

Key

20. Zet nodige werkwoorden:

1. De hoofdfilm ging over de plaats die het water in het leven van de Nederlanders . 2. Zij zagen vissers die ’s nachts hun netten , kinderen die moesten leren , mensen die vakantie aan het water . 3. Zij zagen ook hoe de storm schepen in gevaar en tenslotte hoe in 1953 een zeer zware storm de dijken deed , wat een ramp voor Nederland , daar een gedeelte van het land onder water en zeer veel mensen en dieren de dood .

Key

21. Wat kwam u uit de tekst over Nederland te weten? Vertel over de plaats die het water in het leven van de Nederlanders inneemt.

Key

22. Stel een verhaaltje op en gebruik de volgende zinnen:

1. Wat voor een film draait er vandaag? 2. Is er ook een aardig voorprogramma? 3. Waar gaat de hoofdfilm over?

Key

23. Maak de zinnen af:

  1. Ik ben bang dat
  2. Mijn vermoeden blijkt juist
  3. Ik vind het leuk
  4. Het lijkt mij nuttig
  5. Ik ben benieuwd

Key

24. Maak een verhaaltje:

Het is zondag. Ik heb zin om naar de bioscoop te gaan... (in de buurt, mijn (zijn, haar) vermoeden blijkt juist, mooi (slecht) zitten, na afloop)

Key

25. Hoe zegt u dat in het Nederlands? Schrijft deze zinnen:

  1. Какой фильм идет сегодня в этом кинотеатре?
  2. Что за программа перед фильмом?
  3. Сейчас идет документальный фильм (новости недели, анонс нового фильма).
  4. Когда начнется основной фильм? О чем рассказывается в фильме?

Key

26. Antwoord op de vragen over de tekst:

1. Wat hebben Jan en Anton gisteravond gemaakt? 2. Welke film hebben ze gekozen? Hoe heette de film? 3. Waarom besloten ze die film te gaan bekijken? 4. Had Anton ooit een Nederlandse film gezien? 5. Wanneer begon de voorstelling? 6. Hadden ze goede plaatsen? Zaten ze mooi? 7. Kon Anton het verhaal goed volgen? 8. Waarom had Jan ’s middags van tevoren kaartjes gekocht? 9. Wie heeft die film gemaakt? Door wie werd die film gemaakt? 10. Waren er nog kaartjes aan de kassa? 11. Hoe was het voorprogramma? 12. Waarover ging de hoofdfilm? 13. Welke plaats neemt het water in het leven van de Nederlanders in? Wat zagen ze op het doek? 14. Zagen ze iets van de ramp 1953? 15. Hoe werd de film door het publiek onthaald (gewaardeerd)? 16. Waar gingen de vrienden na afloop van de voorstelling heen? 17. Welke indruk dacht u dat Anton na afloop van de film had?

Key

27. Vertaal in het Nederlands:

  1. У вас были хорошие места?
  2. Вы смогли понять содержание фильма?
  3. Как был принят публикой новый фильм режиссера N.?

Key

28. Vertaal uit het Nederlands:

  1. De vissers keken naar de dijk die door de zware storm doorgebroken was.
  2. Het verhaal ging over schepen die op zee in moeilijkheden kwamen.
  3. Daar we vroeg klaar waren, besloten we naar de eerste voorstelling te gaan.
  4. In de pauze hoorden we de stem van de man die het nieuws over de ramp bekend maakte.
  5. We hebben erg gelachen toen we na afloop van de pauze dat grappige verhaal hoorden.
  6. Dit dorp had een schitterend zwembad waar we geregeld gingen zwemmen.

Key

29. Hoe zeg je het in het Nederlands:

  1. U wilt een film zien: Hoe vraagt u ernaar?
  2. U interesseert zich voor het voorprogramma. Vraag ernaar.
  3. U weet niets over de inhoud van de hoofdfilm. Vraag ernaar.
  4. U weet dat uw vriend die Nederlands studeert, een Nederlandse film heeft gezien. Vraag of hij alles heeft begrepen.

Key

30. Vertel over een (Nederlandse) film, die u kort geleden heeft gezien. Vertel over een film (een televisieprogramma) die gisteravond werd uitgezonden.

Key

31. Lees en vertaal:

De schouwburg

De beide vrienden zijn gisteravond naar de schouwburg geweest. In de schouwburg hebben ze een voorstelling van Manon bijgewoond. Zij hebben er geen spijt van dat ze gegaan zijn, want de voorstelling is hen uitstekend bevallen. Ze hebben zowel van het goede spel als van de mooie stemmen van zangers en zangeressen genoten. Ook de wijze waarop het orkest werd gedirigeerd, was lovenswaardig en het ballet en het decors was prachtig.

De zaal zat vol. Gelukkig hadden ze ’s morgens al twee plaatsen besproken.

Key

In de schouwburg

— Hebt u nog plaatsen voor morgen?
— Voor de middag- of voor de avondvoorstelling?
— Voor de middagvoorstelling. Ik had graag twee parterre.
— Ja, dat kan meneer, rij F, in het midden.
— Ja, dat is goed.
— Kaarten alstublieft! Parterre rechts. Garderobe meneer? Die deur links.
— En waar kunnen we een programma krijgen?
— In de zaal bij de ouvreuse [u vrøzə], meneer.

Key

Woorden

het ballet балет
de decors декорации
dirigeren (d) дирижировать
de opera опера
het orkest оркестр
de ouvreuse билетер
het parterre партер
de schouwburg театр
het spel игра
de stem голос
de zanger певец
lovenswaardig достойный похвалы

32. Vertel over het bezoek van de vrienden aan de schouwburg. Waarom is de voorstelling hen uitstekend bevallen?

Key

33. Lees en vertaal:

Een goed toneelstuk

Voor die avond stelde een van de vrienden iets anders voor. Hij zou graag een goed gespeeld klassiek drama zien. De andere vond het uitstekend. Het bleek echter dat er geen klassiek drama werd gespeeld. Vroeger stond het wel op het repertoire. Bouwmeester, de zeer bekende toneelspeler, trad hier op als Schylock in ‘De Koopman van Venetie’. Maar in de Komedie was er die avond een zeer mooi toneelstuk: ‘Boefje’, naar de beroemde roman van Brusse, met Annie Van Es in de rol van Boefje. Ze had in deze rol steeds triomfen gevierd en de vrienden besloten dus naar dit stuk te gaan, te meer daar men hun verzekerde dat ook de andere toneelspelers (acteurs en actrices) zeer goed waren. Ze hoopten zich dus goed te vermaken.

Ze namen twee plaatsen in het midden van de zaal, want ze wilden het toneel van beneden en niet van te dichtbij zien. Ze namen een toneelkijker mee om tijdens de pauze het publiek te kunnen bekijken. Ze kochten een programma om te zien hoe de rollen verdeeld waren. Na afloop klapten ze hartelijk in de handen.

Key

Woorden

het repertoire репертуар; op het repertoire hebben иметь в репертуаре
de toneelspeler артист
het toneelstuk пьеса
de rol роль
Hoe zijn de rollen verdeeld? Кто занят в спектакле?
in de handen klappen аплодировать

Antwoord: Naar welk toneelstuk gingen de twee vrienden? Waarom?

Key