Изучаем нидерландский язык с нуля!
Урок 19

Уроки с 10-го и далее будут доработаны в будущем. Ключей и исправлений пока нет.

Thema:

Staatsinrichting van Nederland (staatsvorm, verkiezingen, politieke partijen, pers.).

Grammatica:

Употребление артикля с сокращением. Инфинитивные обороты с te. Модальные инфинитивные обороты. Дробные числительные.

STAATSINRICHTING

Nederland wordt officieel het Koninkrijk der Nederlanden genoemd. Naar zijn staatsinrichting is Nederland een constitutionele monarchie met een parlementair stelsel.

Volgens de grondwet is de koning (dc koningin) het staatshoofd. De koning(in) opent het parlementair jaar, is de voorzitter van de Raad van State1, benoemt ministers commissarissen en burgemeesters in de provincies, ondertekent na de goedkeuring van het parlement wetsontwerpen etc. De macht van de koningin is beperkt door het parlement (De Staten-Generaal).

Het parlement (De Staten-Generaal) bestaat uit twee kamers. De Eerste Kamer telt 75 leden, die indirect gekozen worden via de Provinciale Staten. De Tweede Kamer telt 150 leden, die rechtstreeks gekozen worden door de stemgerechtigde Nederlanders die de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt. Om gekozen te kunnen worden moet men 25 jaar oud zijn. De Tweede Kamer vergadert om over het gevoerde of te voeren binnenlandse en buitenladse beleid te besluiten. Het parlement vormt samen met de koning en ministers de wetgevende macht: de uitvoerende macht berust bij2 de koning en de ministers. Volgens de bestuurlijke indeling wordt het land in provincies en gemeenten ingedeeld. In elke provincie vormen Provinciale Staten3, Gedeputeerde Staten4 en de Commissaris van de Koningin5 het provinciaal bestuur. De leden van de Provinciale Staten worden op dezelfde wijze gekozen als die van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Het bestuur van elke gemeente bestaal uit de gemeenteraad, het College van Burgemeester en Wethouders6 en de burgemeester.

VERKIEZINGEN/POLITIEKE PARTIJEN/PERS

Voor de verkiezingen in de Tweede Kamer (parlementsverkiezingen) wordt het gehele land in (18) kieskringen verdeeld. De Tweede Kamer wordt rechtsstrecks gekozen bij algemeen kiesrecht voor mannen en vrouwen en op basis van evenredige vertegenwoordiging7. De grondwet van Nederland schrijft voor dat om de 4 jaar de gehele Kamer aftreedt. Elke vier jaar hebben dus de periodieke verkiezingen plaats. Om een voorbeeld te noemen:

In mei 1977 werden parlementsverkiezingen gehouden, waarbij ruim 8 300 000 kiesgerechtigden – een opkomstpercentage8 van 87,5% – hun stem uitbrachten.

De socialisten (PvdA)9 boekten een winst van 10 zetels, terwijl de liberalen (VVD)10 er 6 zetels bij kregen. De drie grote christelijke partijen (Katholieke Volkspartij, Christelijk-Historische Unie, Anti-Revolutionaire Partij)11 die voor het eerst gezamenlijk de verkiezingen ingingen12 als het Christen-Democratisch Appèl (CDA)13, boekten een winst van één zetel ten opzichte14 van de verkiezingen van 1972. De kleinere partijen verloren over het algemeen aanzienlijk, met uitzondering van Democraten-66 (D-66) welke partij van 6 op 8 zetels kwam.

Bij de parlementsverkiezingen 1986 heeft het CDA een verkiezingswinst van negen zetels geboekt en is de grootste partij geworden. De regeringspartijen van toen CDA en VVD behielden samen hun meerderheid in de Tweede Kamer.

Zetelverdeling in de Tweede Kamer 1972 1977 1986
Partij van de Arbeid (PvdA) 43 53 52
Christen-Democratisch Appèl (CDA) 48 49 54
Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) 22 28 27
Democraten-66 (D-66) 6 8 9
Politieke Partij Radikalen (PPR) 7 3 2
Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) 3 3 3
Communistische Partij Nederland (CPN) 7 2 0
Democratisch-Socialisten-70 (DS-70) 6 1 0
Boerenpartij (BP) 3 1 0
Gereformeerd Politiek Verbond (GPV) 2 1 1
Pacifistisch Socialistische Partij (PSP) 2 1 1
Rooms-Kalholieke Partij Nederland (RKPN) 1 0
Reformatorische Politieke Federatie (RPF) 1
Totaal zetels 150 150 150

De partij die de meeste stemmen op zich verenigt, vormt de regering. De politieke partijen die aan de regering deelnemen verdelen onderling de ministerzetels in verhouding tot15 het aantal zetels dat zij in de Staten-Generaal hebben.

Gemiddeld verschijnen in Nederland dagelijks 121 kranten voor 100 gezinnen. De hoogste oplagecijfers16 hebben ‘De Telegraaf’, ‘Nieuws van de dag’, ‘Algemeen Dagblad’ en ‘NRC-HandeIsblad’. Populair zijn ‘De Volkskrant’. ‘Het Parool’. ‘Trouw’, ‘Het vrije volk’.

Aantekeningen bij de tekst

  1. de Raad van State – Государственный совет (высший совещательные орган)
  2. berusten bij – зд.: находиться в руках кого-л.
  3. de Provinciale Staten – Провинциальные штаты (орган управления в каждой провинции, председателем которого является королевский комиссар)
  4. de Gedeputeerde Staten – Исполнительные комитет Провинциальных штатов
  5. de Commissaris der Koningin – королевский комиссар, представитель королевы (в провинции)
  6. het College van Burgemeester en Wethouders – коллегия бургомистра и муниципальных советников (орган управления муниципалитетом (общиной)
  7. op basis van evenredige vertegenwoordiging – на основе равного представительства
  8. het opkomstpercentage – процент участия (в выборах)
  9. de socialisten (PvdA) – социалисты (Партия труда)
  10. de liberalen (VVD) – либералы (Народная партия за свободу и демократию)
  11. christelijke partijen – христианские партии
    KVP – Католическая народная партия
    CHU – Христианско-исторический союз
    ARP – Антиреволюционная партия
  12. de verkiezingen ingaan – зд.: выступать на выборах
  13. het Christen-Democratisch Appèl (CDA) – партия Христианско-демократический призыв
  14. ten opzichte van – в отношении, касательно
  15. in verhouding lot ... (overeenkomstig) – соответственно
  16. de oplagecijfers – тиражи

UITSPRAAKOEFENINGEN

1. Lees de afkortingen:

PvdA ['pevede'a]
CDA ['sede'a]
VVD [vevede]
PPR [pepeɛr]
SGP [ɛsɣepe]
DS-70 [deɛs 70]
BP [bepe]
GPV [ɣepeve]
PSP [peɛspe]
RKPN [ɛrkapeɛn]

Также:

de VS [veɛs] – de Verenigde Stalen – США
de VN [veɛn] – de Verenigde Naties – ООН
de UNO [y·no·] – ООН

2. Let op de uitspraak van de afkortingen en intonatie:

De PvdA boekte een winst van 10 zetels.
De VVD kreeg er 6 zetels bij.
Het CDA boekte één winst van een zetel ten opzichte van de verkiezingen van 1972.

3. Lees:

constitutioneel [kɔnstitu(t)sio·ne·l]
monarchie [mɔnar'xi·]
een constitutionele monarchie
Nederland is een constitutionele monarchie met parlamentair stelsel.

Woorden en uitdrukkingen

algemeen всеобщий, действительный для всех; in het algemeen вообще
aftreden (trad af, afgetreden) (h, s) уходить в отставку
behouden (behield, behouden) сохранять
het beleid управление, руководство, политика; buitenlands (binnenlands) beleid внешняя (внутренняя) политика
benoemen (d) назначать
beperken (t) ограничивать
besluiten (besloot, besloten) решать
het besluit, -en решение
bestaan (bestond, bestaan) uit состоять из
het bestuur руководство, управление; het Dagelijks Bestuur исполнительный комитет (партии)
boeken (t) записывать, вносить в книгу, een winst van... zetels boeken зд.: выиграть ... мест
de burgemeester, -s бургомистр
constitutioneel конституционный
deelnemen (nam deel, deelgenomen) aan принимать участие в
direct прямой, непосредственный; indirect непрямой, косвенный
de gemeente, -n 1. община; 2. муниципалитет
gezamenlijk совместно
goedkeuren (keurde goed, goedgekeurd) одобрять, утверждать
de grondwet, -ten конституция
de indeling деление
de bestuurlijke indeling административное деление
kiezen (koos, gekozen) выбирать, избирать
kiesgerechtigd имеющий право голоса
de kieskring, -en избирательный округ
het kiesrecht, -en избирательное право; algemeen kiesrecht всеобщее избирательное право
de koning, -en король
de koningin, -nen королева
het koninkrijk, -en королевство
de leeftijd, -en возраст
het lid, leden член (организации)
de macht, -en власть; de wetgevende macht законодательная власть; de uitvoerende macht исполнительная власть
de meerderheid большинство
de minister, -s министр
de monarchie [mɔnar'xi·] монархия
onderling между собой
ondertekenen (d) подписывать
het parlement, -en парламент
parlementair парламентский
de partij, en партия
plaatshebben (had plaats, plaatsgehad) иметь место, происходить; зд.: проводиться
provinciaal провинциальный
de raad, raden совет
rechtstreeks прямо
de regering, -en правительство
de sessie, - s сессия
de staat, staten государство
het staatshoofd, -en глава государства
de staatsinrichting государственное устройство
het stelsel, -s система; parlementair stelsel парламентская система
de stem, -men голос, zijn stem uitbrengen op подавать голос за; het aantal stemmen количество голосов
stemgerechtigd имеющий право голоса
de uitzondering исключение; met uitzondering van за исключением
verdelen (d) делить, разделять
verenigen (d) объединять, соединять
stemmen op zich verenigen собирать голоса (на выборах)
vergaderen (d) заседать, собираться
de verkiezingen выборы, periodieke verkiezingen очередные выборы; parlementsverkiezingen парламентские выборы, de verkiezingen houden проводить выборы
verliezen (verloor, verloren) терять (в дан. случае: голоса)
verschijnen (verscheen, verschenen) (z) выходить (o газетах и тд.)
volgens согласно чему-л.
voorschrijven (schreef voor, voorgeschreven) предписывать
de voorzitter, -s председатель
het wetsontwerp, -en законопроект
do zetel, -s 1. резиденция (кого-л., какого-л. органа); 2 место (в парламенте)

Грамматические пояснения к тексту

1. Употребление артикля с сокращениями

Род аббревиатуры определяется обычно по роду существительного, являющегося основным в сокращаемом словосочетании, например:

de PvdA – de Partij van de Arbeid, het CDAhet Christen-Demokratisch Appèl, de VVD – de Volkspartij voor Vrijheid en Demokralie.

Запомните: Аббревиатуры de VN (de Verenigde Naties), de VS (de Verenigde Staten), de USA [y·ɛsa·] употребляются только во множественном числе.

De VS hebben hun delegatie uit Wenen teruggeroepen.

Инфинитивные обороты

2. Инфинитивные обороты c te выступают в функции определения и дополнения. Они употребляются после глаголов, существительных, наречий и словосочетаний, значение которых дополняется по смыслу другим глаголом, например:

1) глаголы beginnen, proberen, verzoeken (просить), besluiten, vergeten, uitnodigen (приглашать) и др.:

Het parlement besloot de beslissing uit te stellen. De heren worden verzocht hierheen te komen.

2) существительные gelegenheid, mogelijkheid в сочетаниях een gelegenheid (mogelijkheid) hebben iets te doen:

Hij had geen gelegenheid meer (om) te komen.

3) наречия nodig, mogelijk, gevaarlijk в сочетаниях het is nodig (mogelijk, gevaarlijk):

Het is nodig aan deze bijeenkomst deel te nemen.

4) словосочетания van plan zijn, zich iets voornemen:

Hij was van plan zijn stem op deze partij uit te brengen.

Запомните: Если инфинитивный оборот образует инфинитив глагола с отделяемой приставкой, то частица te ставится между этой отделяемой приставкой и основой глагола.

Hij besloot de zitting toch bij te wonen.

3. Модальные инфинитивные обороты

1) Инфинитивный оборот hebben + te + инф. выражает необходимость, вынужденность при активном субъекте действия, например:

De raad heeft dit plan uit te voeren.

2) Инфинитивный оборот zijn + te + инф. выражает необходимость при пассивном субъекте действия, например:

Dit plan is uit te voeren. Het beleid is te voeren.

Инфинитивный оборот c te может выступать как распространенное определение, например в тексте:

Het te voeren beleid. – Политика, которую следует проводить.

Русским эквивалентом распространенного определения чаще всего выступает придаточное предложение.

4. Дробные числительные

Знаменатели дробных числительных образуются при помощи суффиксов -de, -ste. Исключение составляют een half – половина.

1/2 – een half
1/3 – een derde
1/8 – een achtste
3/4 – drie vierde
1 1/2 – anderhalf
2 1/2 – tweeëneenhalf
0,4 – nul komma vier
87,5 – zevenentachtig komma vijf

Oefeningen

1. Zeg de zinnen anders:

1. De Tweede Kamer vergadert om over het gevoerde of te voeren buitenlandse en binnenlandse beleid te besluiten. 2. De grondwet van Nederland schrijft voor dat om de 4 jaar de gehele Kamer aftreedt. 3. In mei 1977 werden parlementsverkiezingen gehouden, waarbij ruim 8.300.000 kiesgerechtigden – een opkomstpercentage van 87,5% hun stem uitbrachten. 4. De socialisten (PvdA) boekten een winst van 10 zetels, terwijl de liberalen (VVD) er 6 zetels bij kregen. 5. De drie grote christelijke partijen (Katholieke Volkspartij, Christelijk-Hislorische Unie, Anti-Revolutionaire Partij) die voor het eerst gezamenlijk de verkiezingen ingingen als het Christen-Demokratisch Appèl (CDA), boekten een winst van één zetel ten opzichte van de verkiezingen van 1972.

Key

2. Verklaar de betekenis van de woorden. Geef Russische equivalenten:

1. de staat (geordende volksgemeenschap: land en volk als staatkundig geheel): de staatsinrichting, het staatshoofd, het staatsstelsel.

2. de slaat (de gezamenlijke afgevaardigden, de gekozen vertegenwoordigers van een land, een gewest): de Staten-Generaal, de Provinciale Staten, de Gedeputeerde Staten, de Raad van State.

Key

3. Vertaal:

1. Naar zijn staatsinrichting is Nederland een constitutionele monarchie met parlementair stelsel. 2. Volgens de grondwet is de koning het staatshoofd. 3. De Staten-Generaal bestaan uit twee kamers. 4. Het provinciaal bestuur vormen Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en de Commissaris van de Koningin. 5. De koning is de voorzitter van de Raad van State, het hoogste adviescollege (высший совещательный орган).

Key

4. Zeg het in het Nederlands:

Генеральные штаты, Государственный сонет, государственное устройство, глава государства, Провинциальные штаты, государственная система

Key

5. Lees de zinnen. Ontcijfer de afkortingen:

1. Bij de parlementsverkiezingen 1977 boekte de PvdA een winst van 10 zetels, terwijl de VVD er 6 zetels bij kreeg. 2. Het CDA boekte een winst van een zetel ten opsichte van de verkiezingen van 1972. 3. De kleinere partijen – de PPR, de SGP, de DS-70, de BP, de PSP – verloren over het algemeen aanzienlijk.

Key

6. Maak zoals in het voorbeeld:

De Tweede Kamer vergadert. Zij besluit over het beleid. – De Tweede Kamer vergadert om over het beleid te besluiten.

  1. De Provinciale Staten vergaderen. Zij besluiten over het provinciale beleid.
  2. De Gedeputeerde Staten vergaderen. Zij besluiten over het uitvoeren van de besluiten.
  3. De Gemeenteraad vergadert. Zij besluit over het gemeentelijk beleid.

Key

7. Maak volgens het voorbeeld:

Wie begint te regeren? (deze drie partijen) – Deze drie partijen beginnen te regeren.

  1. Wie begint dit besluit uit te voeren? (de gemeenteraad)
  2. Wie begint de stemmen te tellen? (de commissie)
  3. Wie begint de regering te vormen? (deze partij)

Key

8. Maak volgens het voorbeeld:

Neemt u aan deze conferentie deel? – Ja, ik word gevraagd om aan deze conferentie deel te nemen.

  1. Neemt u aan deze zitting deel?
  2. Neemt u aan deze meeting deel?
  3. Neemt u aan deze bijeenkomst deel?

Key

9. Maak volgens het voorbeeld:

Neem aan de verkiezingen deel! – Hij wordt verzocht aan de verkiezingen deel te nemen.

  1. Breng uw stem op deze partij uit.
  2. Tel de stemmen.
  3. Vorm een commissie.

Key

10. Zinnen naar eigen fantasie afmaken:

  1. Wij hebben besloten
  2. Hij is begonnen
  3. Hij werd verzocht
  4. Zij is uitgenodigd
  5. Wij hebben geprobeerd

Key

11. Antwoord:

Welke mogelijkheden hebben studenten voor hun lichamelijke en geestelijke ontwikkeling? Zij hebben de mogelijkheid (om) ... aan sport doen, vreemde talen leren, zich in een vak specialiseren

Key

12. Maak de zinnen naar eigen fantasie af:

  1. Hij heeft de gelegenheid gebruikt om
  2. Ze had geen gelegenheid meer om
  3. We zien geen gelegenheid om
  4. Ik heb een gelegenheid om

Key

13. Maak volgens het voorbeeld:

Men moet het werk goed organiseren. – Het is nodig, het werk goed te organiseren.

  1. Men moet de besluiten uitvoeren.
  2. Men moet een voorzitter kiezen.
  3. Men moet dit wetsontwerp nog een keer bespreken.

Key

14. Antwoord.

Voorbeeld: Wat hebt u zich dit weekend voorgenomen te doen? (naar het platteland rijden) – Ik ben van plan naar het platteland te rijden.

  1. Wat hebt u zich voor deze zomer voorgenomen te doen? (naar het zuiden gaan)
  2. Wat hebt u zich voor deze wintervakanlie voorgenomen? (naar Sint Petersburg gaan)
  3. Wat hebt u zich voor deze feestdagen voorgenomen? (naar het platteland gaan)
  4. Wat heeft hij zich voor morgen voorgenomen? (een uitstapje maken)

Key

15. Vertaal in het Nederlands:

  1. Было решено выбрать председателя.
  2. Его попросили подсчитать голоса.
  3. Необходимо еще раз обсудить законопроект.
  4. У него была возможность принять участие в выборах в своем родном городе.
  5. Мы собирались поехать в этот город.
  6. Совет заседает для решения вопросов внешней и внутренней политики (besluiten over).
  7. Мы собрались, чтобы еще раз обсудить это решение.

Key

16. Verander de zinnen volgens het voorbeeld:

Dit beleid moet gevoerd worden. – Dit beleid is te voeren.

  1. Het plan moet uitgevoerd worden.
  2. Het besluit moet genomen worden.
  3. De voorzitter moet gekozen worden.
  4. Het wetsontwerp moet ondertekend worden.
  5. Het wetsontwerp moet goedgekeurd worden.

Key

17. Vertaal in het Russisch:

het te voeren beleid, het uit te voeren plan, het te nemen besluit, de te kiezen voorzitter, het te ondertekenen wetsontwerp, het goed te keuren wetsontwerp.

Key

18. Lees en vertaal:

1. De grenzen van Rusland zijn heel lang, meer dan twee derde ervan is kustlijn. 2. De kamer bestaal in vergelijking tot de vorige samenstelling voor ongeveer een derde uit geheel nieuwe leden. 3. Na anderhalf jaar is Marcus naar zijn dorp teruggekeerd. 4. Het inwonertal van de meeste gewesten in Zuid-België is de laatste honderd jaar met minstens een derde teruggelopen.

Key

19. Noem mogelijke bijvoeglijke naamwoorden:

macht, beleid, verkiezingen, kiesrecht, indeling

Key

20. Vul in:

  1. Het parlement vormt samen met de koning en ministers de macht; de macht berust bij de koning en ministers.
  2. De Tweede Kamer vergadert om over het gevoerde of te voeren en beleid te besluiten.
  3. Elke vier jaar hebben dus de verkiezingen plaats.
  4. De Tweede Kamer wordt rechtstreeks gekozen bij kiesrecht voor mannen en vrouwen.
  5. Volgens de indeling wordt het land in provincies en gemeenten ingedeeld.

Key

21. Noem zelfstandige naamwoorden om mogelijke woordverbindingen te vonnen:

benoemen, beperken, deelnemen, goedkeuren, kiezen, ondertekenen, plaatshebben, uitbrengen, boeken, verliezen, verenigen, vormen, bereiken, houden

Key

22. Vul in:

1. De koning ministers en commissarissen in de provincies, wetsontwerpen. 2. Het parlement moet elk wetsontwerp . 3. De macht van de koningin is door het parlement . 4. De leden van de Tweede Kamer worden rechtstreeks door de stemgerechtigde Nederlanders . 5. Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en de Commissaris van de Koningin het provinciaal bestuur. 6. Elke vier jaar de periodieke verkiezingen . 7. In mei 1977 werden parlementsverkiezingen . 8. Daarbij ruim 8 300 000 kiesgerechtigten hun stem . 9. De socialisten (PvdA) een winst van 10 zetels. 10. De partij die de meeste stemmen op zich , de regering. 11. De politieke partijen die aan de regering verdelen onderling de ministerszetels.

Key

23. Zeg het in het Nederlands:

законодательная власть, исполнительная власть, прямые выборы, проводить выборы, выбирать, иметь право голоса, достичь 18-летнего возраста, назначать, подписывать, одобрить законопроект, подписать, голосовать, выиграть 3 места, потерять, формировать правительство, собрать большинство голосов, входить в состав правительства

Key

24. Let op de vertaling van ‘место’ in het Nederlands:



место



{

1. для сидения, лежания – de plaats (zijn plaats nemen)
2. по порядку, по счету – de plaats (de 1-ste plaats innemen)
3. в парламенте – de zetel (de ministerzetels verdelen)
4. в книге, рассказе – een plaats (een moeilijke plaats)
5. рождения, жительства – geboorteplaats, woonplaats
6. позиция, должность – de positie

25. Zeg het in het Nederlands:

  1. Делегаты конференции заняли свои места.
  2. Сколько мест во второй палате парламента имеет эта партия?
  3. Живопись занимает значительное место в культурной жизни Нидерландов.
  4. Укажите свое место рождения и место жительства.
  5. В 1986 г. Партия труда имела 52 места в парламенте.

Key

26. Let op de vertaling van het woord ‘общий’ in het Nederlands:


общий


{

algemeen (всеобщий, действительный для всех)
algemeen kiesrecht
gezamenlijk, gemeenschappelijk (совместный)
gezamenlijk dokument

27. Vertaal in het Russisch:

bij algemeen kiesrecht kiezen, algemene geschiedenis goed kennen, in (over) het algemeen verliezen, het gezamenlijk dokument ondertekenen, de verkiezingen gezamenlijk ingaan.

Key

28. Vertaal: algemeen of gezamenlijk?

1. Две страны подписали совместный документ. 2. Члены Второй палаты парламента Нидерландов выбираются на основе всеобщего избирательного права для мужчин и женщин. 3. На выборах 1977 года христианские партии выступили совместно. 4. Болеe мелкие партии в общем понесли значительные потери.

Key

29. Zeg in het Nederlands:

1. Королевство Нидерландов является конституционной монархией с парламентской системой. 2. Согласно конституции главой государства является королева. 3. Власть королевы ограничена парламентом. 4. Парламент в Нидерландах (Генеральные штаты) состоит из двух палат: первой и второй. 5. Парламент в Нидерландах образует вместе с королевой законодательную власть. 6. Исполнительную власть осуществляет кабинет министров. 7. Члены второй палаты нидерландского парламента выбираются путем прямого голосования на срок 4 года. Право голоса имеют лица, достигшие 18 лет. 8. Партия, собравшая большее число голосов, формирует правительство. 9. Политические партии, которые входят в состав правительства, распределяют между собой министерские посты (zetels) в соответствии с числом мест, которые они имеют в парламенте. 10. Законодательная власть в провинции представлена Провинциальными штатами, исполнительная власть находится в руках Исполнительного комитета Провинциальных штатов. Председателем Провинциальных штатов и Исполнительного комитета является королевский комиссар, назначаемый королевой.

Key

30. Antwoord:

1. Ноe wordt Nederland officieel genoemd? 2. Wat is Nederland naar zijn staatsinrichting? 3. Wie is het staatshoofd? 4. Wat zijn de bevoegdheden van de koning(in)? 5. Waardoor is de macht van de koningin beperkt? 6. Hoe heel het parlement in Nederland? 7. Uit hoeveel kamers bestaat het parlement? 8. Hoeveel leden telt elke kamer? 9. Hoe worden de leden van de beide kamers gekozen? 10. Wie is stemgerechtigd? 11. Met hoeveel jaar kan men gekozen worden? 12. Waarover besluit de Tweede Kamer? 13. Wie vormt de wetgevende macht in Nederland? 14. Bij wie berust de uitvoerende macht? 15. Hoe is de bestuurlijke indeling in Nederland? 16. Welke organen vormen het provinciaal bestuur? 17. Ноe worden provinciale organen gekozen? 18. Hoe worden de gemeenten bestuurd? 19. Hoe vaak hebben de periodieke verkiezingen plaats? 20. Welke partij vormt de regering? 21. Noemt de meest gelezen kranten in Nederland.

Key

31. Vertel over de staatsinrichting van Nederland.

Key

32. Antwoord:

  1. Wie oefent de wetgevende macht in Rusland uit?
  2. Bij wie berust de uitvoerende macht?
  3. Wat kunt u van het kiesstelsel van Rusland vertellen?

Key